Onveilige hechting, parentificatie, codependentie, emotioneel loslaten ouders

Ammy van BedafHechting

Loslaten ouders

40% van de huidige volwassenen is onveilig gehecht. Een jaar of twee stond het in een heel klein artikeltje in de krant. Deze onderzoeksresultaten hadden naar mijn mening wereldnieuws moeten zijn. Omdat het heel veel verklaart van de diagnoses en van de symptomen die mensen ontwikkelen. 
Die 40% van de huidige volwassenen die onveilig gehecht is, is niet emotioneel los van hun ouders. 
In dit blog lees je wat ouders loslaten is en waarom je ouders emotioneel loslaten belangrijk is. 

 

ouders loslaten

 

Wat en Hoe

Waarom is het emotioneel loslaten van je ouders zo belangrijk en zelfs nodig voor een emotioneel gezond leven?
In dit blog neem ik je mee van het begin, via de tussenstappen, naar het belang van het emotioneel los zijn van je ouders. 
En: wat is er voor nodig om alsnog emotioneel je ouders los te laten + hóe realiseer je dat? 

Lang

Het is een lang blog (het langste blogartikel dat ik ooit heb geschreven). 
In dit blog beschrijf ik namelijk de samenhang tussen allerlei verschillende belangrijke onderwerpen. 
In alle onbescheidenheid zou ik dit blogartikel wel een bewaarexemplaar willen noemen, zodat je het later kunt herlezen.

Uitprinten

Ik raad je aan om dit blog uit te printen (of te copy pasten in Word). Dat leest veel makkelijker omdat het minder belastend is voor je ogen. 
En omdat je dan voor jou belangrijke dingen kunt arceren en omdat je er zelf opmerkingen of vragen bij kunt schrijven. 
Er zitten meer links in dit blog dan normaal; ik raad je aan om eerst het hele artikel te lezen, en om pas daarna, bij herlezing, de voor jou interessante links aan te klikken. Anders raak je de draad kwijt en bestaat het gevaar dat je in de links verdwaalt, ook omdat in die blogs ook weer links staan naar relevante artikelen.

Ben je er klaar voor?
Daar gaat’ie!

Emotioneel veilige hechting

Het begint in de jeugd met het niet plaats hebben van een emotioneel veilige hechting van de ouders met het kind. Met jou dus. 
Onze ouders kunnen hier helemaal niets aan doen. Hun eigen ouders (jouw grootouders van beide kanten) waren namelijk evenmin in staat om een emotioneel veilige hechting aan te gaan met hún kinderen (jouw ouders dus). 

Onveilige hechting

Als ouders niet in staat zijn om een emotioneel veilige hechting aan te gaan met het kind, is het kind onveilig gehecht.
Een emotioneel veilige hechting daarentegen ontwikkelt een kind doordat het kind zich veilig en beschermd voelt. Doordat het kind aandacht, waardering, erkenning en bevestiging krijgt. Doordat het kind zich gewenst, en zich serieus genomen en gehoord voelt. En doordat het kind geholpen wordt. Het kind weet ook dat het altijd naar een van de ouders kan gaan als het kind verdrietig, boos of bang is. 

Basisgevoel

Door deze opvoeding ontwikkelt een kind een basisgevoel van veiligheid, van voldoening en geluk, en van zelfvertrouwen. Het kind leert steeds nieuwe vaardigheden. Dit leert het kind zowel door af te kijken van de ouders die het goede voorbeeld geven, als doordat dingen specifiek door de ouders aan het kind worden voorgedaan en worden uitgelegd. 

Passie

Ieder kind wordt geboren met de potentie om een passie te ontwikkelen. De ouders hoeven daarvoor alleen maar aandacht te hebben voor de interesses van het kind. Om een passie te ontwikkelen is het nodig dat de ouders deze interesses aanmoedigt. Dat de ouders het kind enthousiasmeren en het ’t kind mogelijk maken dat het haar/zijn interesses kan uítoefenen/praktiseren. Door het kind er in te faciliteren: door de aanschaf van het benodigde en/of door het kind op les/training te laten gaan.   

Normaal

Wat ik hierboven heb beschreven is niet een ideaalplaatje. Het is namelijk een normale situatie, in een normaal emotioneel gezond gezin. De ouders van dit gezin hebben op hun beurt óók een emotioneel gezonde jeugd gehad. Van emotioneel gezonde ouders.
Hierdoor geven ze die emotioneel gezonde patronen als vanzelfsprekend weer door aan hun kinderen. En die kinderen weten gelukkig ook niet anders. 

Als je je vicieuze cirkel wilt doorbreken, je belemmeringen wilt loslaten, je gevoel wilt
ontwikkelen en alsnog je volledige ontwikkelingspotentieel wilt aanboren,
ben je bij mij aan het juiste adres,
want ik kan je daarmee helpen door middel van ee
n Eendaagse Coaching

Tegenovergestelde

In een emotioneel ongezond gezin gaat het er jammer genoeg anders aan toe. 
De ouders daarvan kunnen daar helemaal niets aan doen. 
Omdat zij in hun jeugd zelf ook niet anders hebben meegemaakt en niet anders hebben meegekregen van hún ouders. Die op hun beurt het ook weer niet anders hebben meegemaakt en niet anders hebben meegekregen van hún ouders (jouw grootouders dus).

Aandacht

In een emotioneel ongezond gezin, is er (vrijwel) geen onvoorwaardelijke en oprechte aandacht voor de kinderen. Er is geen aandacht voor wat ze doen (tenzij het iets is wat de ouders zélf interessant vinden). Er is geen aandacht voor wat de kinderen bezig houdt of voor waar de kinderen tegen aan lopen en waar ze mee zitten. Er is geen aandacht voor de interesses van het kind (tenzij het om een interesse van een van de ouders gaat). 

Reactie van de ouders

Het kind voelt aan dat het geen zin heeft om met problemen of met vragen of dilemma’s naar een van de ouders te gaan. Het kind weet namelijk onbewust al wat de reactie van de ouders zal zijn. De dominante ouder zal met afwijzing reageren (‘Weet je dat niet?’, mopperen, chagrijnig, kortaf, geen tijd). En de andere ondergeschikte ouder zal het niet weten of het bijvoorbeeld wegnuanceren of wegrelativeren. Het kind voelt aan dat het daarin niets aan de ouders heeft. En om die teleurstelling te voorkomen, gaat het kind maar helemaal niet naar een van de ouders. 

Hulp

Hulp is er op zijn hoogst bij het leren plakken van een fietsband of bij het maken van huiswerk.
Hulp bij het maken van huiswerk is soms fijn, maar het kan ook autoritair gedaan worden, of als een vorm van controle aanvoelen.
Zonder dat het kind zich er mee geholpen voelt. 

Praktisch

Soms wordt op een andere manier hulp geboden, maar dat is vaak met iets wat de ouder zélf leuk vindt. Bijvoorbeeld een vader die een bed of een bureautje of een kast voor jouw slaapkamer timmert. Er is echter geen hulp als het kind ergens mee zit of ergens niet mee verder kan en waarbij het hulp en ondersteuning nodig heeft. Hetzij qua informatie, hetzij praktisch. 

Bezoeken

Het kind voelt zich niet gewaardeerd. Voelt niet dat de ouders trots op haar of hem zijn.
Ouders bezoeken niet altijd de ouderavonden, of gaan niet naar voor het kind belangrijke sportwedstrijden of optredens kijken waar het kind aan meedoet, en komen niet altijd naar de diploma-uitreiking. 

Troost

En misschien wel het allerbelangrijkste: als een kind bang, boos of verdrietig is, kan het niet naar een van de ouders gaan om getroost te worden. In een emotioneel ongezond gezin is namelijk het probleem dat een van de ouders zélf de angst, of de boosheid of het verdriet van het kind heeft veroorzaakt. En dit gebeurt dan ook weer vanuit de eigen jeugd van de ouder. 

Een plaats geven

Een kind heeft de eigen ouders daarentegen juist zelfs nódig om angst, boosheid of verdriet een plaats te geven. Als een kind niet met zijn of haar verdriet, angst of boosheid naar een van de ouders kan, kan het kind niet anders doen dan zijn of haar angst, boosheid of verdriet wegstoppen.
Dat lijkt op dat moment te lukken, want uiteindelijk gaat die angst, of die boosheid, of dat verdriet, wel weg. In ieder geval op dat moment. 

Dominante en ondergeschikte ouder

Een ander aspect dat heel belangrijk is in een emotioneel ongezond gezin, is dat de ouders een ongelijkwaardige relatie hebben. Dit houdt in dat de ene ouder de meer dominante ouder is, en dat de andere ouder de meer ondergeschikte ouder is. Door deze ongelijkwaardigheid praten de ouders niet met elkaar over belangrijke dingen als over de opvoeding van de kinderen. Of, ook heel belangrijk: de ouders spreken ook elkaar niet op een nette en gezonde manier ergens over aan. 

Andere ouder

Als een kind zich dus onheus behandeld voelt door de ene ouder, kan het daardoor daarvoor niet naar de andere ouder gaan. Het kind voelt zelf al aan dat dit geen zin heeft. Het kind weet al dat het niets aan de andere ouder heeft. In een gezond gezin kan het kind wél naar de andere ouder gaan, die het vervolgens gaat bespreken met de ene ouder. Waarna naar een oplossing wordt gezocht. 
Aangezien een kind dus juist de ouders nódig heeft om om te leren gaan met angst, boosheid en verdriet, voelt het kind zich alleen en in de steek gelaten als het zelf met haar of zijn angst, boosheid of verdriet moet dealen. Wat het kind dus niet kan.

Alleen, leegte, gat

En ook deze gevoelens van het alleen zijn, van die leegte, van dat gat, worden weer weggestopt, omdat ook daar geen ruimte en geen aandacht voor is van de ouders. Alle aspecten van een emotioneel ongezond gezin die ik hierboven heb aangegeven, zorgen ervoor dat een kind zich in de steek gelaten voelt.
En dat zijn dezelfde gevoelens die later worden getriggerd als het volwassen geworden kind zich eenzaam, leeg, of in de steek gelaten voelt. Het is onze in de jeugd ontwikkelde verlatingsangst. 

Emotionele voeding

Ik heb ontdekt dat een kind, alleen al door het niet krijgen van positieve/onvoorwaardelijke/oprechte aandacht, gevoelens van het in de steek gelaten zijn ontwikkelt. En dat zijn dus de latere gevoelens van eenzaamheid en van verlatingsangst. 
Een kind heeft dus emotionele voeding als aandacht, waardering, erkenning, bevestiging, dat het zich gehoord en serieus genomen voelt, dat het aangemoedigd en geënthousiasmeerd wordt, dus net zo nodig als het dagelijks voedsel (eten en drinken).

Tijd

Juist die zo belangrijke emotionele voeding was er niet. Er was geen aandacht, geen waardering. Er waren geen knuffels. Er was geen of nauwelijks oprechte en onvoorwaardelijke belangstelling of interesse in het kind of in wat het kind bezig hield.
En er was geen tijd. Vrijwel alle vaders waren hardwerkende vaders die veel weg waren. Als ze niet veel weg waren, waren ze er sowieso emotioneel niet voor hun kinderen. En de moeders hielden zich voornamelijk of vooral met het huishouden bezig. 

Emotionele gedeelte

Geen van ouders hielden zich bezig met het emotionele gedeelte van de opvoeding. Omdat ze dat zelf evenmin hadden meegekregen van hun eigen ouders (jouw grootouders). En het is dit emotionele gedeelte wat de kinderen alleen van hun eigen ouders/opvoeders kunnen meekrijgen. Dat krijgen ze niet op school mee en ook niet op clubs en verenigingen e.d. Het zo belangrijke emotionele gedeelte kunnen we als kind alleen ontwikkelen bij onze opvoeders. 

Psychische ziekte

Nog los van het gegeven dat in verhouding best wel veel ouders in een emotioneel ongezond gezin een (psychische) ziekte hebben. Of een kind met een lichamelijke of psychische ziekte hebben. Hierdoor moesten de kinderen de ouder(s) of het zieke broertje of zusje ontzien. Waardoor de andere kinderen nog minder aandacht kregen. 

Adoptiemensen

Sommige kinderen hebben gelukkig iemand naar wie het naar toe kan, die er wél is voor het kind. Dat kan een oom of tante zijn, een oma of opa, of een meester of juffrouw, of de buren, of de ouders van een vriendje of vriendinnetje, of een goede vriend(in) of kennis van de ouders.  
Ik noem dit ‘adoptiemensen’, omdat ze het kind als het ware een beetje emotioneel ‘adopteren’. Deze adoptiemensen zijn heel waardevol en heel belangrijk in het leven van een kind. Bij hen voelen ze zich wel gewaardeerd. Deze adoptiemensen laten wél merken dat ze je graag op bezoek hebben. 

Nuttig

Dat we in onze jeugd al onze gevoelens en emoties wegstoppen, was toen goed, omdat we het daardoor gered hebben. Het was dus in onze jeugd nuttig om dat te doen. Anders zouden we het niet hebben kunnen verdragen wat we meemaakten. Het wegstoppen van onze gevoelens en emoties was dus een noodzakelijk kwaad. 

Weggestopt

Wat we meemaakten aan voor een kind traumatische gebeurtenissen (ruzies, scheiding, vechten, verslaving ouders, fysiek geweld of daar getuige van zijn, seksueel misbruik, ziekte of ongeval van een van de ouders,enzovoorts) werd daardoor weggestopt. Veilig weggestopt, dachten we.

Vastlopen

Het zal je niet verbazen dat emotioneel ongezonde aspecten in een jeugd later een uitwerking kunnen hebben op relaties en in het werk.
Het kan zijn dat we voelen dat we vastlopen in onze relatie, en/of in ons werk.
We kunnen ook het gevoel hebben dat we überhaupt vastlopen in het leven, zo van: Is dit het nou…? Is dit nou alles?
Je wéét diep in je hart dat er meer moet zijn in het leven.
En je hebt gelukkig helemaal gelijk!

Relatie

Maar dan lopen we in ons volwassen leven tegen allerlei problemen in onze relatie(s) aan.
Of in ons werk.
Op een gegeven moment krijgen we misschien door dat we zelfs bepaalde patronen uit onze jeugd aan het herhalen zijn, hoe goed we ook ons best deden/doen om dat te voorkomen. 

Vroeger

We zijn er heilig van overtuigd dat ons verdriet, onze boosheid of onze angst door de ander komt. Vooral onze boosheid voelt zo intens en zo terecht, dat het onmogelijk lijkt dat het niet door de ander wordt veroorzaakt. 
We hebben niet door dat we worden getriggerd in onze eigen patronen van vroeger. In datgene wat we in onze jeugd, onbewust, hebben weggestopt, omdat we het als kind niet konden verdragen.

Herstellen

En toch is dat het geval… De boosheid, de angst en het verdriet dat we in het heden voelen, is – echt waar – onze vroeger weggestopte angst, boosheid en verdriet.
Het is aan de ene kant ontluisterend om dat te leren beseffen. 
Aan de andere kant is het jouw mogelijkheid om daarvan te herstellen. 

Trigger

Wat er feitelijk gebeurt is dat een gebeurtenis in het heden onze vroeger weggestopte boosheid/angst/verdriet triggert. 
De oorzaak van onze boosheid/angst/verdriet zit dus in onze jeugd. En zodra we ook maar enige associatie/overeenkomst daarmee voelen (zoals je niet serieus genomen voelen, je afgewezen voelen, je controle verliezen), dénken we oprecht dat het door de ander (je partner, je baas, je collega, je teamgenoot, die andere weggebruiker, e.d.) komt. Maar die is niet meer dan de trigger van onze in onze jeugd weggestopte boosheid/verdriet/angst naar onze ouders. 

Herstellen

Zou je dus in je jeugd niet jouw gevoelens van angst, boosheid en verdriet hebben hoeven wegstoppen en zouden jouw ouders jou daarin getroost en geholpen hebben, zou je daar nu niet in kunnen worden getriggerd.
Dat houdt ook in dat je, door te herstellen van je jeugd, je daarin niet meer kan worden getriggerd. 

Spanningen

Bijvoorbeeld je relatie blijkt toch niet te lopen zoals je aanvankelijk dacht of hoopte.
Na een heerlijke beginperiode leek de ander wel te veranderen.
Er ontstonden spanningen en misschien wel ruzies. 

Aantrekken en afstoten

Er vindt aantrekken en afstoten plaats. Je kunt niet met en niet zonder hem of haar.
Misschien hebben jullie wel een knipperlicht-/reboundrelatie die uit en weer aan gaat. 
Jullie praten weinig met elkaar; of jullie praten juist veel met elkaar maar komen er niet uit. 
Dat jullie er niet uitkomen komt omdat jullie beiden de oorzaak van de ontstane situatie bij de ánder leggen.

Machtsstrijd

Jullie zitten onbedoeld in een machtsstrijd.
Dat houdt ten eerste dus in dat je de ander als de veroorzaker ziet. Je legt de schuld dus bij de ander.
En je wilt daarnaast niet alleen gelijk hébben, maar het ook nog eens van de ánder krijgen. 
Voor jou is gelijk hebben (voor jezelf) nu nog hetzelfde als het gelijk kríjgen van de ánder. 

 

machtsstrijd

 

Relatie verbeteren, beëindigen, uitzoeken, aangaan

Je bent niet tevreden met je relatie en wilt die verbeteren en je wilt er weer nieuw leven inpompen.
Of je wilt van je partner loskomen en je relatie het liefst beëindigen, maar dat lukt je maar niet.
Misschien weet je juist niet wat je me je relatie wilt en wil je dat eerst voor jezelf uitzoeken.
Of je hebt al heel lang geen relatie meer gehad en wilt in staat zijn om een relatie aan te gaan.

Werk

Het gaat niet altijd even makkelijk op het werk. Er zijn spanningen of meningsverschillen op het werk. Er gebeuren dingen om je heen die je niet meer begrijpt. Of je hebt niet de loopbaan of carrière die je graag had willen hebben. Je hebt het gevoel dat dingen je overkomen. Je merkt dat je met steeds minder zin naar je werk gaat. Of je voelt je futloos en moedeloos, of lichamelijk vermoeid. Je voelt geen arbeidsvreugde (meer). 

Niet meer naar je zin

Het kan zijn dat je niet goed op kunt schieten met een of meerdere collega’s. Of je merkt dat je niet zo veel aan je baas hebt, of dat je hem of haar zelfs helemaal niet mag. Je hebt het niet meer zo naar je zin binnen het familiebedrijf. Of je voelt je oneerlijk behandeld binnen een project of bij een opdracht. Je kunt je gepasseerd voelen bij een bevordering. Je vindt een deel van je werk wel leuk, maar niet alle werkzaamheden. Het kan ook zijn dat door een bedrijfsovername/fusie of door een reorganisatie jouw functie is veranderd. 

Iets anders

Je overweegt om iets anders te gaan doen, om misschien een andere richting op te gaan.
Misschien wil je wel binnen een andere branche gaan werken of ben je op zoek naar ander werk in dezelfde branche. 
Of je wilt binnen het bedrijf waar je nu werkt een andere functie of je daar verder ontwikkelen.
Misschien wil je je wel losmaken uit het familiebedrijf of wil je als zelfstandige gaan beginnen. 

Passie en ontwikkelingspotentieel

Je hebt nog niet je passie ontdekt en wilt graag alsnog je passie ontdekken.
Je hebt daardoor nog niet je volledige ontwikkelingspotentieel aangeboord. Je voelt aan dat er meer in zit. Je wilt dat er bij jezelf uithalen. Je wilt, en dat lijkt me een heel goed idee, alsnog je volledige ontwikkelingspotentieel aanboren. 

 

ontwikkelingspotentieel

 

Niet weten wat je wilt

Het kan ook zijn dat je helemaal niet weet wat je wilt of dat je niet eens weet hoe je je voelt.
Er knaagt wel iets, maar wat dat is, weet je niet. Hoe het komt, weet je ook niet.
Je wilt weten wat jouw gevoel is en waarom je het hebt. 
En je wilt vooral weten wat je, diep in je hart, het liefst wilt met je functie, met je werk of met je loopbaan.

Hulp

Het is ook weer vanuit onze jeugd, dat we lang wachten met het zoeken van hulp.
Dat is logisch te verklaren vanuit onze jeugd. We zijn namelijk helemaal niet gewend om hulp te zoeken of om hulp te krijgen. Dat kan onbekend terrein voor ons zijn. En als we dan hebben besloten om hulp te zoeken, rijst de vraag: welke hulp en bij wie?
Want juist door je jeugd heb je je beoordelingsvermogen en je mensenkennis niet helemaal kunnen ontwikkelen.
Bovendien kun je wantrouwen voelen, wat vanuit je jeugd volstrekt logisch is. 

Emotionele pijn groot genoeg

We zoeken daarom pas hulp als de emotionele pijn en/of onrust maar groot genoeg is.
Dat komt er op neer dat we pas hulp zoeken – en dat gold destijds natuurlijk ook voor mij – als we de wanhoop nabij zijn.
Als we ons geen raad meer weten. 

Praktijk

In de praktijk komt dat er op neer dat we pas hulp zoeken bij een (dreigende) scheiding, bij (dreigend) ontslag, als we depressief of burn-out zijn, als we van een verslaving af willen, en dergelijke. En ja, dat gold destijds natuurlijk ook voor mij. Ik was eerst burn-out (ik durf wel te zeggen zwáár burn-out). Daarna kreeg ik nog heel veel emotionele pijn en onrust in mijn relatie. Afijn, ik ben gelukkig al weer een aantal jaren van beiden hersteld.  

Dóórgaan

We zijn namelijk gewend om dóór te gaan. De woordjes ‘stoppen’, ‘minder’, of ‘langzamer’ kennen we niet.
Binnen een relatie proberen we de ánder te veranderen. En iemand anders veranderen is gewoon niet mogelijk, zoals je inmiddels hebt gemerkt. 
We hebben niet door dat we een even groot aandeel hebben, en dat dáár een belangrijke doorbraak te behalen is.
Als je je eigen gedrag ten positieve verandert, beïnvloedt je daarmee namelijk ook het gedrag van de ander op een positieve manier. 

Weggestopt

Wat we weggestopt hebben is dat we misschien best wel bang zijn voor hoe anderen, op ons werk, naar ons zouden kunnen kijken. Naar wat anderen over ons zouden kunnen denken; naar wat ze van ons zouden kunnen vinden. Diep in ons hart zijn we misschien wel bang dat we niet goed genoeg zijn voor onze functie. Dat we niet alle taken even goed kunnen uitoefenen. We weten niet precies hoe het zit, maar ook dat onprettige gevoel stoppen we weg, net zoals we dat allemaal in onze jeugd moesten. Tot we dus vastlopen in onze relatie, in ons werk of überhaupt in on leven…

 

Samenvatting

Ik heb het verschil laten zien tussen een emotioneel gezonde omgeving voor een kind en een emotioneel ongezonde omgeving voor een kind.
Ik heb de mogelijke gevolgen hiervan geschetst voor relatie en voor werk.
En ik heb aangegeven waarom mensen die in een emotioneel ongezonde omgeving zijn opgegroeid, zó lang wachten met hulp zoeken, tot ze al bijna radeloos of de wanhoop nabij zijn. En dat dat ook nog eens volstrekt logisch voortvloeit uit hun jeugd. 

Loslaten van ouders

Nu ga ik de stap maken van een emotioneel onveilige hechting in de jeugd naar bindingsangst en verlatingsangst.
En de invloed daarvan op onze partnerkeuze.
Hoe parentificatie en codependentie ontstaat.
En waarom emotioneel loslaten van je ouders belangrijk is. 

 

Normale puberteit

Kinderen wiens ouders niet in staat waren om met hun (toen ze kind waren) een emotioneel veilige hechting aan te gaan, zijn dus emotioneel niet veilig gehecht. Of te wel: zijn emotioneel onveilig gehecht.
Dat houdt ook in dat ze niet een normale puberteit hebben doorlopen.

Andere mening

En dan versta ik onder puberteit iets volstrekt anders dan de betekenis die er nu meestal aan wordt gegeven.
Voor mij houdt  ‘puberteit’ of ‘puberen’ niet in dat kinderen lastig of opstandig zijn.
Maar voor mij houdt puberteit in dat kinderen 1) over allerlei aspecten en onderwerpen (beroepskeuze, opleidingskeuze, seksuele voorkeur, dingen die belangrijk worden gevonden in het leven, e.d.) 2) een van de ouders afwijkende mening mogen hebben, 3) zonder dat dit gevolgen heeft.

Nare opmerkingen

Dus zonder dat ze daar nare of vervelende opmerkingen over krijgen van hun ouders.
Zonder dat ze er ruzie over krijgen met hun ouders.
En zonder dat de ouders steun en hulp ontzeggen.
Of zonder dat het contact wordt verbroken.

Emotioneel gezond

Puberteit houdt in dat kinderen hun eigen keuzes gaan maken.
En dat ze de mening van hun vriendengroep (peergroup in het Engels) belangrijker gaan vinden dan de mening van hun ouders.
Aangezien kinderen die een normale puberteit doormaken een emotioneel gezonde opvoeding hebben gehad, hebben ze ook emotioneel gezonde vrienden. En ze maken emotioneel gezonde keuzes. 

Opleidingskeuze

Tenslotte is er in hun jeugd aandacht en belangstelling geweest voor hun interesses, die werden aangemoedigd en gestimuleerd. Ze weten daarom in welke richting ze hun opleidingskeuze willen doen. Ze hebben zich georiënteerd en worden daarin gesteund en worden daarin naar behoefte begeleid door hun ouders. 

Brede opleiding

Ze zijn niet op hun 18de het huis uit gevlucht vanwege de vervelende thuissituatie. 
Ze hebben niet maar bedrijfskunde, rechten of marketing of welke andere “brede” opleiding dan ook gekozen, omdat ze niet wisten wat ze wilden. De kans dat ze hun beroepsopleiding voortijdig stoppen omdat het ze niet boeit, is dus ook klein. Ook de kans dat ze van de ene beroepsopleiding overstappen op een andere is klein. 

Internaliseren of externaliseren

Kinderen die niet emotioneel veilig gehecht zijn, maken dus niet een normale puberteit door. 
De twee belangrijkste ‘smaken’ die er dan uitkomen zijn jongvolwassenen die pleasen, volgzaam zijn, zichzelf wegcijferen. Zij ‘internaliseren’ hun vroeger weggestopte gevoelens en emoties. Ze hebben die helemaal weggestopt. 
Of jongvolwassenen die zich geërgerd kunnen voelen, die conflicten kunnen hebben, die zich niet gehoord voelen. Zij ‘externaliseren’ hun vroeger weggestopte gevoelens en emoties door die emoties op andere mensen te richten. 

Beetje van beide

En de derde ‘smaak’ is een beetje van beide: de ene keer stop je het weg (internaliseer je het) , en in een andere situatie of bij iemand anders reageer je je wel af op de ander (externaliseer je het).
Mensen die dingen/gebeurtenissen/gevoelens internaliseren, zijn gevoeliger voor burn-out en depressiviteit. 
Mensen die dingen/gebeurtenissen/gevoelens externaliseren hebben doorgaans meer conflicten. 
Ik heb beide gehad: ik had het destijds weggestopt (wat tot mijn burn-out leidde), en ik heb een conflict gehad met mijn toenmalige werkgever. 

Niet doorhebben

We hebben als adolescent en als jongvolwassene natuurlijk niet door dat we niet een emotioneel gezonde opvoeding hebben gehad. 
We hadden namelijk geen andere vergelijking dan wat we van onze eigen ouders hebben gezien en wat we met hen hebben meegemaakt.
Sommige van ons zagen dat het er bij vriendjes of vriendinnetjes heel anders aan toeging, waardoor we wisten dat het niet helemaal normaal was wat er thuis gebeurde. We konden niet weten dat ouders loslaten meer inhield dan het ouderlijk huis uitgaan. 

Bindingsangst

Wat we sowieso niet kónden weten, is dat we door onze jeugd bindingsangst hadden ontwikkeld.
Maar omdat we zelf emotioneel onveilig gehecht zijn (zonder dat we dat overigens weten, is het die afstandelijkheid wat ons bij iemand anders bekend voorkomt. En daarom voelen we ons alleen aangetrokken tot partners die ongeveer even onveilig gehecht zijn als wijzelf. Dat is de reden dat we ons aangetrokken voelen tot emotioneel onbereikbare partners. 

‘Bindingsangst partner’

We lopen dan ook pas tegen het fenomeen bindingsangst aan, als we vermoeden dat onze partner bindingsangst heeft.
We gaan dan googelen op ‘bindingsangst partner‘. Dan kom je misschien wel op mijn blog terecht, waar je tot je grote schrik leest dat je dan zelf ook bindingsangst hebt. 

Partnerkeuze

We hebben dus niet door dat we onze partnerkeuze onbewust doen vanuit onze eigen emotioneel onveilige hechting. 
We denken dat het door de emotioneel onbereikbare partner komt dat het allemaal zo afstandelijk is.
We hebben niet door dat we zelf ongeveer even emotioneel onbereikbaar zijn als onze partner…

 

partnerkeuze

 

Neurotische partnerkeuze

We doen dus, zoals dat in hulpverlenersjargon heet, een ‘neurotische’ partnerkeuze.
We doen die neurotische partnerkeuze (de keuze van een afstandelijke, emotioneel onbereikbare partner) onbewust: om onszelf te beschermen tegen iemand die, voor ons gevoel, op emotioneel gebied, te dicht bij zou komen. We voelen ons dus al helemaal niet aangetrokken tot een emotioneel gezónde partner, die wél tot de affectie en affiniteit en emotionele binding in staat is, waar we zo naar verlangen. Maar waar we dus zélf, zonder dat we dat weten, helemaal niet tegen kunnen. 

Compensatie

Aangezien we evenmin doorhebben dat we onbewust compensatie zoeken voor de aandacht en waardering die we in onze jeugd ontbeerd hebben, voelen we ons al heel snel aangetrokken tot iemand die aardig is naar ons, of door iemand met een mooi uiterlijk. Het aardig gevonden worden en een knap uiterlijk zijn de 2 belangrijkste aspecten waartoe mensen die niet emotioneel veilig gehecht zijn, zich aangetrokken voelden bij hun partner.

Aardig

Alleen al het aardig gevonden worden door iemand anders is vanuit een emotioneel ongezonde jeugd dus al voldoende om verliefd te kunnen worden op iemand.
Terwijl het aardig gevonden worden voor een emotioneel gezond iemand vrij normaal is; die gaat daar een vriendschap mee aan, meer niet. Een emotioneel gezond iemand gaat voornamelijk of alleen om met mensen die aardig zijn. Waarom zou een emotioneel gezond iemand zich naar beneden laten halen? 

Criteria

Mensen die een emotioneel gezonde opvoeding hebben gehad, hebben sowieso criteria waaraan hun partner (minimaal) zou moeten voldoen. Én ze weten wélke criteria ze hebben voor hun partnerkeuze. Zij zoeken dan ook niet onbewust compensatie voor wat ze in hun jeugd hebben ontbeerd. Zij hebben gezonde criteria, die per persoon verschillen. Een criterium kan bijvoorbeeld zijn: wel of niet kinderen willen of al hebben. Binnen een straal van 30 km wonen. Iemand die zich blijft ontwikkelen. Iemand die weet wat zij/hij wil in het leven. Iemand die financieel zijn/haar eigen broek ophoudt. Enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts. De criteria zijn oneindig. 

Drama

Het drama van een onveilige hechting is dat we de affectie en affiniteit en emotionele intimiteit waar we zo naar verlangen, zelf niet zouden kunnen verdragen. Dat laatste wéten we overigens niet. We denken namelijk dat het alleen aan de ander ligt dat er niet meer emotionele verbinding is binnen de relatie.  Als we een emotionele gezonde en evenwichtige partner zouden treffen, zou die voor ons te benauwend en verstikkend zijn. En tegelijkertijd zouden we de relatie te saai vinden, omdat er dan geen machtsstrijd meer is. 

Verlatingsangst

We hebben niet alleen bindingsangst. We hebben ook verlatingsangst.
En bindingsangst slaat dan op het niet in staat zijn om een emotionele verbinding met iemand aan te gaan. 
We gaan over het algemeen snel een relatie aan en vaak wordt ook betrekkelijk snel het bed met elkaar gedeeld. Nog voordat we de ander goed hebben leren kennen, nog voordat we de familie/vriendenkring/werkomgeving van de ander kennen.

Anders

En dan merk je dat de relatie na een poosje anders is geworden. 
Niet omdat de ánder anders is geworden (want we zien over het hoofd dat wij ook anders zijn geworden voor de ander), maar omdat je de ander nú pas leert kennen zoals hij of zij écht is. Je leert de ander dus pas kennen nadat je al een relatie bent aangegaan. Dat is de omgekeerde wereld. En ook jouw partner leert jou nu pas kennen zoals je echt bent.

Overgeslagen

Je hebt de belangrijke stappen van ‘verkering’ (iemands omgeving leren kennen en op grond daarvan kijken of je de volgende stap zou willen zetten) en ‘verloving’ (dat je met de ander jouw leven wilt delen) overgeslagen.
En je hoort tot de groep die zich dat, gezien je jeugd, niet kan permitteren. Omdat je jouw partnerkeuze onbewust doet vanuit je bindingsangst en vanuit compensatie voor je in je jeugd onvervulde emotionele behoeften.  

De ander

Je verlangt dus op emotioneel gebied van de ander, wat je in je jeugd ontbeerd hebt (aandacht en waardering). En je verlangt dat van een partner die jou dat niet kan geven. Wat je van de ander op emotioneel gebied verwacht, kun je zelf evenmin aan de ander geven.
En mocht je denken dat je zelf wél tot emotionele intimiteit in staat bent, dan doe je dat omdat je onbewust weet dat de ander daar niks mee kan. En dan lijkt het (alleen) aan de ander te liggen. 

Wegstoppen

Omdat je vanuit je jeugd gewend bent om van alles weg te stoppen, is dat ook nu je overlevingsgedrag.
Je stopt je onvrede deels weg, en over andere dingen ga je de confrontatie aan (maar niet op een emotioneel gezonde en functionele en doelgerichte manier, want dat heb je niet meegekregen).

Helpen

Je probeert de ander te helpen, te veranderen, te redden, of te verzorgen.
Dat doe je om het van jezelf af te halen, zodat je niet je eigen aandeel hoeft te zien. 
Je eigen aandeel is je eigen emotioneel onveilige hechting, met daaruit voortvloeiend je bindingsangst en je verlatingsangst. 
Je ouders loslaten houdt onder andere in dat je stopt met het redden van de ander, zoals je in je jeugd één van je ouders hebt willen helpen. 

Onrust

Je vindt jezelf in een onbevredigende relatie, bent niet in staat (je hebt niet de vaardigheden meegekregen) om dat te veranderen. Je bent evenmin in staat om een streep onder de relatie te zetten als je dat zou willen.
Of, als je dat wel kunt, ga je al weer vrij snel een nieuwe relatie aan of je gaat weer terug naar die partner (knipperlichtrelatie).
Dit doe je vanuit je verlatingsangst. Je voelt je namelijk ongelukkig, eenzaam, onrustig, wanneer je niet een relatie hebt. 

Codependentie

Ongemerkt heb je binnen je relatie een codependentie ontwikkeld.
Dat houdt in dat je een bepaalde afhankelijkheid hebt ontwikkeld.
Je bent afhankelijk van de relatie; je kunt nu nog niet zonder. Je bent afhankelijk van je partner; je kunt nu nog niet zonder.
Je denkt, vanuit je patronen van vroeger, dat je hierna niet meer gauw een partner zult vinden. Of je denkt zelfs dat je nooit meer een partner zult vinden. Jouw grootste angst is dat je alleen over zult blijven. 

Andersom

Terwijl het juist omgekeerd is: als je in een ongezonde relatie blijft hangen of als je elke keer opnieuw een relatie aangaat, zonder dat je je bewust bent van je emotioneel onveilige hechting en van je bindingsangst en je verlatingsangst, zul je inderdaad uiteindelijk futloos of depressief raken en/of alleen overblijven.
Als je daarentegen daarvan gaat herstellen, ben je in de toekomst in staat om een emotioneel gezonde en gelijkwaardige relatie aan te gaan met een evenwichtige partner. Omdat jij dan zelf ook emotioneel gezond en evenwichtig bent. 

Parentificatie

Parentificatie is een ander woord voor emotioneel misbruik.
In geval van parentificatie wordt een kind verantwoordelijk gemaakt voor het welbevinden van de ouders. 
De emotionele voeding (aandacht e.d.) gaat dan van het kind naar de ouders, in plaats van zoals het hoort: van de ouders naar het kind.
Het kind komt dan in de rol van de ouders te zitten. Los van dat dit emotioneel beschadigend is voor het kind, kan het kind ook geen kind zijn. 

Helpen, redden en verzorgen

Ik heb ontdekt dat het met name dit aspect van parentificatie/emotioneel misbruik is, waardoor we ons later aangetrokken voelen tot “aandoenlijke” partners. Tot partners die wij kunnen helpen/redden/verzorgen. 
Partners die wij kunnen helpen/redden/verzorgen, daar moet dus iets mee aan de hand zijn, want anders kunnen wij ze niet redden, helpen of verzorgen. Een emotioneel gezonde partner hoeft zich namelijk niet te laten helpen, redden of verzorgen. Sterker nog: die wil dat ook helemaal niet. 

Ongelijkwaardige relatie

Het is dus vanuit deze parentificatie dat we een ongelijkwaardige relatie aangaan.
Net zoals onze ouders dat deden.
En net zoals onze grootouders dat deden.
En net zoals onze kinderen dat zullen doen. 

Doorgegeven

Deze patronen van een emotioneel onveilige hechting en van een ongelijkwaardige relatie, worden van generatie op generatie doorgegeven. 
Onbewust en onbedoeld. 
En dat komt omdat we er zelf vaak pas achter komen nadat we al kinderen hebben (opgevoed).
Kinderen profiteren altijd van het emotionele herstel van hun ouders, omdat ze vanaf dan een emotioneel gezond voorbeeld zien en leren. 
Vooral met je nog qua leeftijd onvolwassen kinderen is verandering te merken vanaf het moment dat je met je eigen herstel aan de slag gaat. 

Transparant

Ouders die aan de slag gaan met hun herstelproces zien namelijk al de dag na een Eendaagse Coaching hoe hun kinderen net zo transparant reageren op hún (onterechte, onredelijke, paradoxale, onduidelijke) gedrag, als dat mijn klant in haar of zijn jeugd deed naar haar/zijn ouders wanneer die onterecht, onredelijk, paradoxaal of onduidelijk reageerde. 

Eigen aandeel

We kunnen dus aan onze eigen kinderen (of medewerkers) zien hoe we zelf handelen. 
In plaats van onbewust de oorzaak bij het kind (of bij de medewerker) te leggen, kunnen we ook hierin alleen ons eigen aandeel veranderen.
Doordat we zelf emotioneel gezond gedrag laten zien, laat de ander vervolgens ook ander gedrag zien. 

Samenvatting

Ik heb je laten zien hoe we vanuit een emotioneel onveilige hechting in onze jeugd niet emotioneel los hebben kunnen komen van onze ouders. Hierdoor hebben we niet een normale puberteit doorlopen.
Van daaruit heb ik je laten zien dat we vanuit de emotioneel onveilige hechting in onze jeugd zowel bindingsangst als verlatingsangst hebben ontwikkeld. Daar lopen we pas tegenaan als we relaties aangaan.

Omdat we elke keer denken dat het aan de ander ligt, blijven we doorzoeken naar een geschikte partner (of naar een geschikte werkgever).
Daardoor hebben we niet door dat we zelf iemand anders willen helpen en redden en dat we ons van daaruit aangetrokken voelen tot aandoenlijke partners. En door onze bindingsangst hebben we niet door dat we ons onbewust aangetrokken voelen tot emotioneel onbereikbare partners, en dat dat komt omdat we zelf emotioneel ongeveer even onbereikbaar zijn. Vooral hoog opgeleide vrouwen voelen zich speciaal aangetrokken tot partners die Asperger (blijken te) hebben

Omdat we compensatie zoeken voor onze in onze eigen jeugd onvervulde emotionele behoeften, en we gewend zijn om niet meer dan emotionele kruimels aandacht te krijgen, en omdat we ons geen leven zonder die partner kunnen voorstellen, ontstaat er een afhankelijkheid van de relatie/partner. Dit is de codependentie. We kunnen niet met en niet zonder onze partner. 

Nu kom ik bij het slotakkoord van dit blog: waarom ouders loslaten zo belangrijk is. 

Gewend

Wat we in onze jeugd hebben meegekregen, zijn we later in ons (qua leeftijd) volwassen leven ook gewend te krijgen.
We zijn daarom gewend om weinig of geen aandacht te krijgen. En we zijn gewend om naar beneden gehaald te worden. We zijn gewend om niet serieus genomen te worden. We vinden het niet leuk, maar we zijn niet in staat om ons eraan te onttrekken of om onze grenzen daarin aan te geven. Veel dingen die niet (helemaal) normaal zijn, zijn we normaal gaan vinden. We kunnen geen grenzen aangeven, omdat we die niet hebben ontwikkeld.

Ontberen

We ontberen belangrijke basisvaardigheden, zonder dat we dat doorhebben. We vragen ons af hoe het kan dat andere mensen bepaalde dingen wél kunnen, en hoe het kan dat het ze ook nog eens zo makkelijk afgaat. 
We hebben niet door dat we niet een emotioneel gezonde gespreksvoering hebben ontwikkeld. Omdat we niet beter weten. We weten niet wat een emotioneel gezonde gespreksvoering inhoudt.
We hebben niet door dat we niet hebben geleerd om te kijken wat andermans angsten en belangen zijn. Omdat we niet onze eigen angsten en belangen kennen. 

Gevoel niet ontwikkeld

We hebben niet door dat we ons gevoel niet hebben ontwikkeld en dat we daardoor vooral (of alleen) op onze ratio leven. We kennen niet precies het oh zo belangrijke onderscheid tussen gevoel, emotie, impulsiviteit, intuïtie en spontaniteit.
Dat we zo piekeren en malen, zijn we al bijna normaal gaan vinden. 

Zwart-wit-denken

We hebben niet altijd door dat we zwart-wit-denken en dat we een eendimensionaal denkniveau hebben. Waardoor we op weinig oplossingen voor iets komen. Waardoor we weinig creatieve ideeën hebben. En waardoor we niet zien dat het leven geleefd wordt tússen de uitersten van zwart-wit  en tússen van alles of niets. 

 

zwart-wit-denken

 

Beter

Over het algemeen weten we niet beter, en pas als we ergens tegen aan lopen (meestal in een relatie of in ons werk), gaan we ons afvragen of het toch niet anders zou kunnen.
Wel, dat kan het zeker. En het kan alleen maar béter worden, zeg ik altijd. 

Wat houdt het ouders loslaten in?

Er is een belangrijk onderscheid tussen je ouders feitelijk/praktisch loslaten en je ouders emotioneel loslaten.
Als je je ouders feitelijk/praktisch hebt losgelaten, dan zie en spreek je jouw in leven zijnde ouders niet meer. Dan is het contact bijvoorbeeld verbroken. Het maakt hierbij niet uit wie het contact verbroken heeft: jij of zij. 
Als je je ouders emotionéél loslaat, ga je je emotioneel losmaken van je ouders.

Emotioneel ouders loslaten

Het jezelf emotioneel losmaken van je ouders houdt in dat je alsnog jezelf emotioneel gaat opvoeden, zoals je zelf opgevoed had willen worden. 
Dat is een tweesporenbeleid: je gaat enerzijds alsnog je gevoel ontwikkelen en je gaat anderzijds concrete praktische vaardigheden aanleren.
Welke specifieke vaardigheden dat zijn, verschilt per persoon. Het zijn er meer dan je zelf denkt.  

Overleden

Vaak wordt gedacht dat als de ouders overleden zijn, dat het probleem zich dan wel oplost.
Dit is een misvatting. Het gaat namelijk niet om het loslaten van je óuders, maar om het loslaten van de patronen van vroeger die je van je ouders hebt meegekregen. Aangezien die voor jou, vanuit je kindbeeld van je ouders, zo verbonden zijn met je ouders, lijkt het voor jou nog alsof je je ouders loslaat, maar dat is dus niet zo.

Volwassenrol

Het resultaat van een emotioneel loslaatproces is dan ook dat je niet meer vanuit een kindrol met je ouders omgaat, maar vanuit je eigen volwassenrol. En jouw ouders zullen daar dan ook op reageren, omdat je je niet meer laat aanspreken vanuit een kindrol. 
Zelf heb ik door mijn herstelproces mijn lang geleden overleden vader alsnog een plaats kunnen geven. En ik heb zelf weer contact gezocht met mijn nog in leven zijnde moeder, waarmee ik jaren geen contact wilde hebben. 

Er komt uit waar jij vrede mee hebt

Voor het emotioneel loslaten van je ouders is het dus niet nodig dat je geen feitelijk contact meer met ze hebt, maar dat je daarin leert luisteren naar je gevoel. En dat betreft het gevoel dat je gaat ontwikkelen, wat onderdeel uitmaakt van je herstelproces. 
Andersom is ook het geval: als het contact met je ouders is verbroken, komt er uit waar jij vrede mee hebt. 
Dat is sowieso het resultaat van een loslaatproces: er komt uit waar jij vrede mee hebt.
Want dat is wat loslaten is….! Dat je eindelijk weet wat je wilt, en dat je bent wie je wilt zijn. 

Gevoel

En het alsnog ontwikkelen van je gevoel is geen raar gedoe of zo, maar is ook het aanleren van een aantal specifieke vaardigheden. Ik heb met vallen en opstaan de do’s and dont’s geleerd en heb ontdekt wat er voor nodig is om alsnog je gevoel te ontwikkelen. Daar kan ik jou mee helpen. 
En ik kan uit ervaring meegeven dat het alsnog je gevoel ontwikkelen het mooist is van je hele herstel. Moet je nagaan wat het je ouders loslaten je daarnaast nog allemaal biedt.

Nodig

Andersom is het ook nódig om je gevoel te ontwikkelen, om te herstellen van je jeugd, omdat je anders terug zult blijven vallen in je oude emoties en daardoor in je oude patronen, waardoor je niet praktische vaardigheden kunt aanleren als bijvoorbeeld: hoe je een gezonde relatie aangaat, je grenzen aangeven, de juiste keuze maken, een emotioneel gezonde gespreksvoering aanleren, een meerdimensionaal denkniveau ontwikkelen, enzovoorts, enzovoorts, enzovoorts. 

Veilige hechting

Je gaat dan alsnog een emotioneel veilige hechting aan met het kind in je. Vraag me niet hoe dat in ons lichaam werkt; geen flauw idee. Ik ben geen neuroloog en geen energetisch bioloog. Ik weet wel dat het allemaal met stofjes in onze hersenen te maken heeft. En ik heb gemerkt dat we door ons eigen gedrag die stofjes kunnen beïnvloeden. 

Do’s and dont’s

Ik heb ontdekt hoe je alsnog een emotioneel veilige hechting ontwikkelt door jezelf alsnog die aandacht, waardering, erkenning, bevestiging en dergelijk te geven. Door alsnog te leren doen wat je leuk vindt en door te stoppen wat je niet leuk vindt (ik help je ontdekken wat je leuk vindt). Door jezelf serieus te leren nemen.  En door je grenzen te ontwikkelen en vervolgens door je grenzen aan te geven. Door gezonde vriendschappen te ontwikkelen. 
Wat hierbij belangrijk is: ik heb de do’s and dont’s ontdekt en weet wanneer het wel en niet werkt en waarom het dan wel en niet werkt. 

Structureel helend

Het is juist door je gedragsveranderingen waardoor je bij je vroeger weggestopte emoties komt.
En het belangrijkste wat ik ontdekt heb, is hoe je deze vroeger weggestopte emoties alsnog toelaat, op de manier dat het structureel helend is.
En nee, daarvoor is het niet nodig dat je dóór je emoties heen moet gaan. Dat deed een hulpverleenster bij mij, en dat heeft me bijna het leven gekost. Ik ben op twee momenten suïcidaal geweest (1 februari en 25 oktober 2000). Ik heb toen de bodem van de put gezien, en ik weet door mijn herstel dat dat absoluut niet nodig is. 

Symptomen

Ik weet hoe je alsnog zelfvertrouwen ontwikkelt. Hoe je van je controlegedrag afkomt. Of hoe je van je veeleisendheid of perfectionisme afkomt. Hoe je van je pleasegedrag afkomt. Of van je depressiviteit, burn-out, van je angst, je boosheid, je emotionele pijn en onrust, van je gepieker, enzovoorts, enzovoorts.

Angst om te veranderen

De angst om te veranderen is helemaal en volledig een angst uit je jeugd. 
Doordat je alsnog jezelf emotioneel gaat opvoeden, gaat ook die angst weg. 
Ik heb ontdekt dat al onze angsten zijn terug te brengen tot drie basisangsten: angst voor afwijzing, angst om in de steek te worden gelaten, angst voor controleverlies. En dat is nou net waarvoor je emotioneel gezond gedrag gaat ontwikkelen.

Emotioneel opvoeden

Je gaat dus letterlijk alsnog jezelf emotioneel opvoeden, en dat gaat je heel veel brengen in je verdere leven. 
Want dan kun je eindelijk, net zoals ik doe, een leven leiden zoals je dat zelf wilt.
Ik zeg altijd: Ik leid een voldoening schenkend en gelukkig makend leven. 
Ik ben genezen relatieverslaafd, genezen burn-out en een universitair afgestudeerd psycholoog Arbeids- & Organisatiekunde.
Daardoor kan ik je zowel met je relatie als met je werk helpen. 

De wil te herstellen

Dat is voor iedereen weggelegd. Het enige dat nodig is, is de wil te herstellen van je jeugdpatronen. 
Daar ben je wel even mee bezig maar dan heb je óók wat. 
Je merkt overigens al verschil de dag na de Eendaagse Coaching.
En ik durf zelfs te beweren dat vanaf het moment dat je alsnog jezelf emotioneel gaat opvoeden, je, over je hele leven gezien, het zwaarste achter de rug hebt. 


Boek

Ik heb een boek geschreven over emotionele pijn in relaties: Stop liefdesverdriet.

Je kunt er in lezen wat je eigen aandeel in je relatie is en wat je er aan kunt doen.

Je kunt een Gratis Probeerversie (inclusief uitgebreide Inhoudsopgave) downloaden:

DOWNLOADEN VAN GRATIS PROBEERVERSIE

Mijn boek is geschreven op basis van een analyse van 150 klantenrapportages en daar staat in wanneer het in relaties niet goed gaat en wat je er zelf aan kunt doen om dat te veranderen.

Je kunt het boek makkelijk bestellen:

BOEK BESTELLEN

(Geen verzendkosten)

Mijn boek is geschreven op basis van een analyse van 150 klantenrapportages en daar staat in wanneer het in relaties niet goed gaat en wat je er zelf aan kunt doen om dat te veranderen.

Dit zijn enkele van de spontane reacties die ik van lezers over het boek heb ontvangen:

‘Je geeft veel concrete tips en dat vind ik zeer waardevol.’

‘Geweldig. Ik vond in je boek wat ik nog niet eerder ergens had kunnen vinden.’

‘Je boek maakt steeds meer los en geeft oplossingen/handvatten. Ik voel me aanzienlijk beter en straal dat ook meer uit. Het grappige is dat naarmate ik meer mijn gedrag herken, ik me zekerder voel. Ik ben al zo blij met dit resultaat!’

‘Je boek is een waardevolle bijdrage voor iedereen die zichzelf wil helpen om met meer plezier in het leven te staan. Die dag ging er voor mij een deur open. Inzien van patronen, opvoeding, zoveel! Ik ben blij met je boek.’

 

Deel dit artikel