Loslaten van onjuiste interpretaties

Als je wantrouwen ervaart in je contacten en in je omgang met anderen, is dat niet altijd terecht. Wantrouwen zegt vaak iets over je eigen gebrek aan vertrouwen. Je kunt dan namelijk niet goed inschatten wanneer wantrouwen wel of niet terecht is. Voor het loslaten van wantrouwen is het nodig om te kijken waarom je geen zelfvertrouwen hebt ontwikkeld.

Als je kon afgaan op je eigen waarnemingsvermogen zou je weten of jouw wantrouwen wel of niet terecht was. Ook als we het niet zeker weten, gaan we af op ons vermoeden en is dat voldoende om iemand te blijven wantrouwen.

Ons wantrouwen is niet altijd gebaseerd op feiten. Ons wantrouwen is zelfs vrijwel nooit gebaseerd op feiten. Waarom niet? Omdat we nooit onderzoeken of onze aannames, interpretaties en vermoedens wel juist zijn. Ik vond het destijds zelf ontluisterend om te merken dat in 9 van de 10 gevallen mijn interpretaties niet juist of in ieder geval niet helemaal juist waren. Het leren checken van mijn interpretaties of in ieder geval het besef dat mijn interpretaties niet meer waren dan dat, maakte dat mijn mensbeeld en dat mijn wereldbeeld langzaam ging kantelen naar iets wat ik wel kon begrijpen.

Dat we vrijwel nooit onze interpretaties/aannames/vermoedens bij de ander checken of verifiëren, doen we om zo onze eigen beeld van de waarheid in stand te kunnen houden. Het is gewoon een van de trucjes die we hebben om maar niet ons zelfbeeld te hoeven veranderen. We doen er zo weinig mogelijk aan om te kijken of we het wel bij het rechte eind hebben.

Loslaten van je wantrouwen kan dan ook alleen maar als je leert op je eigen waarnemingen te vertrouwen. Hoe doe je dat? Dat doe je te ten eerste door je vanaf nu altijd te realiseren dat wat je denkt, niet meer dan een aanname, niet meer dan jouw interpretatie en niet meer dan jouw eigen vermoeden is.

Van daaruit kun je kiezen of je het wel of niet zeker wilt weten. Je kunt het dus bij jouw vermoeden/aanname/interpretatie laten of je kunt kijken of je het bevestigd of ontkracht wilt hebben. Daarvoor moet je bij degene zijn op wie jouw aanname, interpretatie of vermoeden betrekking heeft. Je stapt naar betrokkene toe, vertelt jouw vermoeden en vraagt de ander hoe het nou werkelijk zit. Je zult niet alleen verbaasd zijn hoe vaak je er naast zit met je interpretatie; ook hoe het wel zit zou je vaak niet hebben kunnen verzinnen. Dit komt doordat onbewust vaak een reden voor een gebeurtenis zien, terwijl een gebeurtenis vaak meerdere oorzaken heeft, die ook nog eens op elkaar inwerken.

Hoe ontstaat een interpretatie/aanname/vermoeden? Die ontstaat niet vanuit een gebeurtenis, maar juist door de interpretatie die we er zelf aan geven. En die interpretatie ontstaat vanuit ons verleden. Dat we dat doen is goed, want zo houden we ons leven overzichtelijk en hoeven we niet alles te checken of het wel is zoals we denken.

Als het echter een interpretatie/aanname/vermoeden betreft waardoor iemand anders benadeeld wordt of zou kunnen worden (wat in vrijwel de meeste situaties het geval is), wordt het een ander verhaal. Vanuit jouw eigen niet gecheckte interpretatie/aanname/vermoeden behandel je de ander, die daar vervolgens ook weer op reageert naar jou toe.

Aan vrijwel alle conflicten en ruzies en dergelijke liggen niet gecheckte ‘feiten’ en interpretaties en vermoedens en aannames ten grondslag. De manier van communiceren (in de vorm van verwijten in plaats van in de vorm van wensen) maakt vervolgens dat er een machtsstrijd ontstaat waarin over en weer wordt gepingpongd met verwijten.

Dit fenomeen wordt ‘de interpunctieproblematiek’ genoemd: “Ik deed dat omdat jij toen dat deed.”  “Ja maar dat was omdat jij dat had gedaan.”  “Dat was omdat jij dit en dat had gezegd.” Afijn , zo gaat dat door. En ze hebben beiden gelijk en ze komen er zo niet uit. Ze komen er niet uit omdat ze per sé gelijk van de ánder willen hebben. Het hebben van het eigen gelijk is niet voldoende: de ander moet op de knieën en inzien dat die het onjuist heeft en dat jij het, als enige, juist hebt. Dit is waar het in de kern bij een machtsconflict om gaat: niet om de inhoud maar om het gelijk willen krijgen van de ander.

Dit zie je niet alleen tussen partners maar ook op organisatieniveau binnen bedrijven en op mondiaal niveau tussen bijvoorbeeld Israël en Palestina.

Een doorbraak kan gerealiseerd worden door niet meer in verwijten te praten, maar door te kijken  wat iedere partij voor zichzelf wenst. Door dat vervolgens naar de ander uit  te spreken en door te kijken op welke manier invulling aan die wens gegeven kan worden, ontstaat een positieve spiraal: niet mopperen maar opperen.

Volgen hieronder voorbeelden van niet gecheckte en voor waar aangenomen interpretaties van waaruit men vervolgens handelde, met alle consequenties van dien. In kleur geef ik aan welk aandeel betrokkene zelf had door het niet te checken:

‘Hij bleek net uit een relatie te komen. Dat wist ik niet.’ –> als de ander er niet zelf iets over zegt, is het aan jou om daar naar te vragen.

‘Op onze eerste afspraak was hij al later dan gepland. Het was ook duidelijk een patroon. Het sloop erin.’ –> het sluipt er alleen als je niet in de gaten houdt hoe onzorgvuldig hij hierin is.

‘Ik dacht: hij is zo verliefd op mij, hij zal hen wel voor mij aan de kant zetten.’ –> hij had vier vriendinnen voor de seks en zocht woonruimte bij jou.

‘Ze heeft me die wetenschappelijke functie ontnomen.’ –> het is in essentie onmogelijk dat jouw partner jou een functie ontneemt. Dit is zoals je het zelf ervaren hebt en dat komt door hoe je er zelf mee omgegaan bent en door de houding die je zelf hebt aangenomen. Je hebt je die plaats zelf onthouden door er nooit met haar over te praten. Je bent zelf al voor haar aan het invullen geweest. Bovendien ben je zelf verantwoordelijk voor de keuzes die je maakt; daar kun je niet iemand anders verantwoordelijk voor maken. Tenzij je ontoerekeningsvatbaar bent. Je hebt je vanzelf gevoegd naar het ogenschijnlijke ‘njet’ van haar. Je hebt je afhankelijk opgesteld van hoe jij dacht dat zij zou denken.

‘Er wordt veel van me verwacht. De lat wordt hoog gelegd. Dat doe ik ook zelf.’ –> ik vraag me af of de lat hoog wordt gelegd. Waar je volgens mij last van hebt is dat er veel dingen in jouw werk onduidelijk zijn. De lat ligt als het ware op drijfzand. Er wordt niet aangestuurd op het behalen van doelen. Daarnaast speelt jouw onzekerheid jou parten. Je hebt behoefte aan controle. Je bent bang dat je dingen mist.

‘Misschien is ons huwelijk een foute keuze geweest.’ –>dit is een begrijpelijke en tegelijkertijd onterechte opmerking. Je zou, vanuit je opvoeding, sowieso op iemand zijn gevallen bij wie je je patronen van vroeger kunt herhalen. Het is je geschiedenis. Je kunt je toekomst gelukkig wel zelf bepalen door alsnog jezelf emotioneel op te voeden.

‘Ik had het grootste aandeel.‘ –> ik hanteer de filosofie dat beide partners een even groot aandeel hebben in hun relatie, tenzij een van hen ontoerekeningsvatbaar is.

‘Hij bleek al kinderen te hebben. Dat had hij niet verteld.‘ –> én je had er zelf niet naar geïnformeerd.

‘Het was een gesprek tussen twee gelijkwaardige mensen.’ –> dat was het niet en dat kan het ook nooit zijn als het een gesprek tussen vader en dochter is. Je blijft zijn dochter, ook al ben je volwassen. Wat hij over zijn jeugd vertelde had hij hoogstens heel globaal mogen vertellen, en dan nog alleen op jouw eigen verzoek. Hij heeft aan jou zitten uitleggen dat hij zo’n moeilijke jeugd heeft gehad en dat als een verklaring voor zijn gedrag. Het is er wel een verklaring voor, maar hij probeert er zijn gedrag goed mee te praten en dan wordt het emotioneel misbruik. Je hebt met hem te doen. Dit is wat hij onbewust zoekt: het begrip dat hij nooit van zijn ouders heeft gehad. Dat begrip moet hij bij vrienden en dergelijke zoeken, niet bij zijn eigen kind. Hij heeft tegelijkertijd geen aandacht voor hoe jij jouw jeugd hebt ervaren. Het gaat over hemzelf en weer niet over jou, zoals je al je hele leven hebt ervaren.

‘Mijn moeder heeft het niet expres gedaan.’ –> Klopt, ze heeft het niet expres gedaan. Tegelijkertijd heeft ze veel signalen van haar kinderen genegeerd om maar haar eigen zelfbeeld in stand te houden en om zelf maar niet te hoeven veranderen. Ze heeft haar best gedaan om de signalen niet te zien en niet te horen.

‘Mijn moeder wil wel contact met mij. Als ze belt zegt ze: Ik heb zo lang niks meer van je gehoord.’ –> dit is voorwaardelijk: haar contactbehoefte is er als jij van je laat horen, anders verwijt ze je dat.

Anders kom ik niemand tegen.‘ –> dit is een denkfout, ingegeven door je verlatingsangst.

‘Het komt doordat mijn partner bindingsangst heeft.’ –> als je niet emotioneel van hem kunt loskomen is de kans erg groot dat je zelf ook bindingsangst hebt.

‘Ik maakte zijn offertes omdat hij administratief niet handig was.’ –> het bood jou iets om hem te helpen: het gaf jou aandacht en waardering.

‘Ik vind de vrijheid in mijn werk wel heel fijn.’ –> wat jij ‘vrijheid’ noemt, is niet-aansturing. Ook wat jij ‘eigen verantwoordelijkheid noemt, is het gebrek aan aansturing. Er is geen actueel functieprofiel; taken worden niet verdeeld, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn onduidelijk, ze laten jou zwemmen. Logisch dat jouw motivatie zo laag is en dat er weinig uit jouw handen komt.

‘Ik ben hem gaan redden omdat ik goed ben in administratie, omdat ik goed met de computer overweg kan.’ –> je deed het niet omdat je goed bent in administratie en niet omdat je goed met de computer overweg kon, maar om waardering te krijgen.

‘Mijn moeder is snel tevreden.’ –> dat geloof ik niet; ze heeft zich weggecijferd. Dat is haar overlevingsmechanisme geweest in haar huwelijk.

‘Misschien dat ik dan een betere vader kan zijn door de scheiding.’ –> dat is een opmerking waar je kinderen niets mee kunnen. Je hebt het als een soort van geruststelling gezegd. Ze willen die scheiding helemaal niet. Je zult door de scheiding niet een betere vader worden; daarvoor zijn andere dingen nodig.

Ik laat me snel afleiden.’ –> ik geloof niet zozeer dat dat het probleem is. Het werk boeit je terecht niet, want het heeft kop noch staart, je weet niet precies wat er van je verwacht wordt en voor een perfectionistisch en veeleisend iemand als jij is dat killing.

‘Als je als moeder ziet dat jouw kinderen vluchten voor de klappen van je vader, is ze dan geen slechte moeder?‘ –> ze is in ieder geval niet de moeder waar je behoefte aan hebt en waar je als kind recht op had. Ze nam niet haar verantwoordelijkheid; ze had moeten optreden en jullie tegen haar man moeten beschermen. Dat durfde ze niet.

Ik ben nooit eenzaam geweest.‘ –> dat komt omdat je er voor gezorgd hebt dat je nooit alleen zult zijn. Je relaties gaan over van de ene relatie in de andere relatie. Je doet er onbewust alles aan om te voorkomen dat je eenzaam zult zijn.

‘Mijn moeder heeft niets geweten van het seksueel misbruik.’ –> ze heeft er alles aan gedaan om alle signalen die je hebt uitgezonden te negeren. Ze heeft het mogelijk/waarschijnlijk wel geweten, anders zou ze jou er vragen over hebben gesteld. Dat ze dat nooit gedaan heeft, is vreemd, zeker gezien de signalen die je uitzond.

Mensen zijn niet geïnteresseerd in mij.’ –> dat kan alleen als je zelf niet geïnteresseerd bent in andere mensen. Contacten ontstaan op basis van wisselwerking. Je kunt niet verwachten dat mensen belangstelling in jou tonen als je zelf geen belangstelling tont in mensen.

‘Ik kan heel erg goed huilen, mits het om het goede gaat.’ –>je zit je emoties te beredeneren en je vindt dat je er je goedkeuring voor zou moeten hebben, terwijl emoties er gewoon zijn. Als je jouw emoties gaat beoordelen als goed of niet goed, ben je ze aan het weg-rationaliseren.

‘Om hem te huilen, dat voegt niets toe.’ –> jouw verdriet is er niet voor niets. Het is je verzet tegen je emoties die emotionele pijn en angst veroorzaakt; het is het tóelaten van je emoties waardoor die emoties in de loop van de tijd zullen oplossen.

‘Ik moet effectief huilen‘ –> dat gaat hem niet worden, want je bent een oordeel aan het vellen over je verdriet en over je tranen. Je bent als het ware je eigen tranen-politie. Vroeger mocht je al niet huilen van je vader; nu ben je zelf degene die het jou verbiedt. Daar heb je geen ouders meer voor nodig. Jouw emoties zijn altijd goed, want anders waren ze er niet. We zijn onze emoties. Als je je emoties ontkent, ontken je je zelf.

‘Ik plande alles. Dat zit in mijn profiel.’ –> het zit niet zo maar in jouw profiel. Het is andersom. Het bood jou wat om de werkzaamheden van je partner te plannen (controle) en daarom heb je het zelf ontwikkeld.

‘Dat werd te veel. Dat kwam er sluipend in.‘ –> zo sluipend was dat niet want het was al vrij snel belastend voor je en je vond het al vrij snel niet leuk.

‘Ik ben zo bang dat ik alleen over blijf. Wie wil mij nou nog?’ –> je komt altijd iemand tegen, je leeft tenslotte niet in de Sashara. Nu trek je de verkeerde partners aan. De voedingsbron daarvan zit in jouw jeugd. We vallen onbewust op partners bij wie we onze patronen van vroeger kunnen herhalen. Zolang je niet je patronen van vroeger verandert, zul je op deze categorie partners blijven vallen.

‘Eigenlijk kan ik het mijn ouders niet kwalijk nemen.’ –> Nee, aan de ene kant niet, want ook zij zijn weer slachtoffer van hun eigen jeugd geweest. Toch hebben ze er beiden niets aan gedaan om hier enige verandering in aan te brengen.

Ik heb er geen tijd voor.‘ –> prioriteit is prioritijd. Als je het belangrijk genoeg vindt, heb je er tijd voor. Waar het om gaat is wat maakt dat het niet belangrijk genoeg voor je is.

‘Toen is het me te veel geworden. Heel sluipend.’ –> je had het er niet met hem over gehad, omdat je je niet gehoord voelde, omdat je niet je eigen grenzen aan had gegeven.

‘Mijn vader wilde altijd wel positief zijn, wel aardig, wel joviaal zijn. Maar dat is een beetje mislukt.’ –> Hij wilde niet positief, aardig of joviaal zijn. Hij kon dat niet zijn maar dat is wat jij wenste dat hij was en dat hij ooit nog zou worden.

Ze wilde de man terug die ze destijds had ontmoet.’ –> hier had je, in plaats van met een verwijt te komen, op kunnen doorvragen: Hoe bedoel je dat? De man die je destijds hebt ontmoet?

‘Ik zal aan mezelf moeten werken, tot aan mijn dood.’ –> ja en nee. Het is absoluut zo dat je de komende tijd met je zelf aan de slag moet. In het begin zal het veel hersengymnastiek zijn, omdat het allemaal nieuw voor jou is. Zoals je nu in een  negatieve spiraal zit omdat alles op een negatieve manier op elkaar ingrijpt, komt er een moment dat je in een positieve spiraal komt omdat alles op een positieve manier op elkaar ingrijpt. Je wilt dan niet eens meer stoppen met loslaten, omdat je dan merkt dat je je enorm aan het ontwikkelen bent. En je merkt al successen vanaf het moment dat je met loslaten begint.

‘Ik ben bang voor het geven van presentaties.‘ –> dat kan ik me indenken met de doelloosheid en de vrijblijvendheid en de angstcultuur op jouw werk. Het heeft niet zo zeer met de presentaties zelf te maken als wel met de onduidelijkheid en de niet-aansturing. Je weet niet wat er van je verwacht wordt, wat het voorbereiden van een presentatie onmogelijk maakt. Dan weet je ook niet wanneer je het goed doet.

‘Ik heb dat wel losgelaten.‘ –> als dat zo was, had je er niet zo veel last van.

‘Ik ben mijn boosheid voorbij.‘ –> je hebt je boosheid weggestopt. Het was jouw overlevingsmechanisme het voorbeeldige meisje te zijn. Je hebt jezelf zitten ontzien.

‘Ik had daar enige schuld aan.’ –> dat je dat vindt komt door het emotioneel misbruik in je jeugd. ‘Ik vond het te prettig‘. –> dat is juist het verwerpelijke eraan en daarom is het misbruik: je was kwetsbaar en deze volwassenen hebben daar misbruik van gemaakt.

‘We doen het nu samen.’  –>jullie doen het allebei in hetzelfde bedrijf; dat is niet hetzelfde als samen doen. Hij werkt je eerder tegen dan dat hij meewerkt. Jij bent degene die de enorme groei heeft gerealiseerd. Ondanks die brombeer.

‘Er is weinig gezelligheid.’ –> er is weinig gezelligheid in jouw omgeving. Dat hou je nu zelf in stand.

‘Ik ben bang voor discussie.‘ –> je bent op zich niet bang voor een discussie maar voor de mogelijkheid dat je geen gelijk krijgt, want dat is voor jou afwijzing. Voor jou staat discussiëren gelijk aan gelijk moeten hebben in plaats van het uitwisselen van argumenten. Daarom ben je er zo krampachtig mee bezig en daarom zie je zo op tegen discussies.

Ik ben kritisch. Ik zeg alles wat ik denk.‘ –> het kritisch zijn en het alles zeggen wat je denkt, zijn twee verschillende aspecten.

‘Ik wil gelukkig worden.’ –> dat kan niet. Je kunt alleen gelukkig zijn. Gelukkig worden ligt in de toekomst. Je kunt alleen gelukkig zijn als je het nu bent. Als je het nu, op dit moment, niet bent, zul je het ook nooit worden. Als je ooit gelukkig wilt zijn, zul je je nú af moeten vragen waarom je nu niet gelukkig bent en daar mee aan de slag moeten.

‘Ik doe moeilijk als er spontaan iets gebeurt.’ –> je bedoelt waarschijnlijk als er onverwachts iets gebeurt. Dat is voor jou controleverlies. Onverwachts betreft het moment waarop iets gebeurt; spontaniteit is een emotionele uiting.

Hij is een hypochonder.‘ –>een hypochonder is iemand die bij de kleinste lichamelijke signalen al denkt dat hij de vreselijkste ziekte onder de leden heeft. Lijkt me dat daar geen sprake van is.

Hij heeft Asperger.’ –>dat hij geen inlevend vermogen heeft en afstandelijk is, maakt nog niet dat hij Asperger heeft. Daarvoor moet hij aan veel meer criteria voldoen. Iemand met Asperger heeft een gebrek aan empathie en is emotioneel onbereikbaar; dat wil niet zeggen dat omgekeerd ook waar is.

Ze heeft een bipolaire stoornis.‘ –> ik snap dat je dat denkt, toch moet je voorzichtig zijn met het onbevoegd geven van een diagnose. Het is niet voor niets dat je daarvoor speciaal opgeleid moet zijn, omdat een diagnose consequenties heeft. Wat biedt het je te denken en te geloven dat ze een bipolaire stoornis heeft? Dan kun je het van jezelf afhalen en kun je de schuld geven aan haar stoornis. Terwijl het er om gaat dat jij je al dat gedrag laat aanleunen, ongeacht of ze wel of niet als bipolair gediagnosticeerd zou worden.

Hij is een narcist.‘ –> hij voldoet naar mijn mening aan slechts twee van de (ik meen ongeveer acht) criteria van een narcist. Zolang hij niet als zodanig gediagnosticeerd is, zou ik niet durven beweren dat hij een narcist is. Ik raad je aan niet meer te roepen dat hij een narcist is. Je zou het evenmin plezierig vinden als iemand die daartoe niet bevoegd en opgeleid is een dergelijk oordeel over jou zou vellen en dat rond zou bazuinen. Waar het om gaat is wat het jou biedt om dat te doen: je legt de schuld voor alles wat er gebeurd is bij hem en wijt dat aan zijn stoornis. Daarmee ontken je je eigen aandeel in de gebeurtenissen.

‘Ik kan me niet herinneren dat mijn vader agressief was.’ –> je hebt meerdere malen voor je leven gerend. Vanaf je achtste was je hem te vlug af en kon hij jou daarom niet meer slaan. En je moest elke keer rennen als er ruzie tijdens het eten was.

‘Ze hebben me nooit belemmerd.‘ –> ze hebben je evenmin gestimuleerd, geënthousiasmeerd of aangemoedigd. Dat heb je als kind nodig.

‘Toen kreeg ik het verwijt dat ik hem eruit gezet had.’ –> die had je voor het inkoppen want dat was juist wat je gedaan had: het eruit gezet…! En dat vond je zelf ook heel goed; je was er trots op. Doordat hij het in een verwijt uitte, ging jij echter automatisch in de verdediging, terwijl je juist triomfantelijk had kunnen zeggen: Ja, dat is exact wat ik gedaan heb… Nu ga je over iets in de verdediging waar je trots op en blij over bent.

‘Ik dacht toen: Dat doet hij bij mij niet.‘ –> omdat je hem aan het redden was, dacht je: dat is bij mij anders. Ik ga hem zo liefhebben en helpen en verzorgen en redden: hij gaat zich bij mij anders gedragen. Terwijl eerder gedrag de beste voorspeller is van toekomstig gedrag.

‘Hij kan niet goed tegen stressvolle situaties.‘ –>het blijkt dat hij zijn eigen stressvolle situaties organiseert door zijn perfectionisme.

‘Mijn ouders zijn ook maar slachtoffer van hun jeugd.’ –> daarmee is hun gedrag niet goed te praten.

‘Ik mag geen haat voelen.’ –> dat gaat je niet lukken, want die haat is er. Geen enkele emotie kan onderdrukt worden; het komt er vroeg of laat uit. Je emoties zijn altijd logisch. De oorzaak ervan zit in  je jeugd. Gebeurtenissen in het heden triggeren die vroeger weggestopte emoties.

‘We moesten die tuin onderhouden.’ –> daar geloof ik niets van. Jullie moesten dat niet. Ik kan me niet indenken dat er iemand met een pistool achter jullie heeft staan dreigen met de opdracht dat jullie die tuin moesten doen. Jullie vonden zelf dat jullie het moesten doen. ‘We moesten steeds opdraven.’ –> jullie gedroegen je zelf zo. Jullie deden het toch wel. Een verzoek was niet eens meer nodig; jullie gedroegen je als slaven.

Ik gaf het aan. Ik zei: Doe jij dan eens een weekend.’ –> dit is een verwijt. Als je dit in een wens verandert, wordt het: ‘Ik zou het fijn vinden als je een weekend zou organiseren.’ Dan zou je een andere reactie hebben gekregen. Met een verwijt kan de ander niet anders dan in de verdediging gaan. Zo heb  je je eigen teleurstelling zitten creëren.

Ik ben eerlijk.’ –> je bent oneerlijk naar jezelf, want je wilde die visite niet. Je verloochent jezelf. Er is geen grotere energievreter dan zelfverloochening.

Elke man gaat vreemd.’ –>de mannen op wie jij valt wel. De mannen die jij er uit pikt gaan vreemd. Dat je in de verkeerde vijver zit te vissen heeft zijn voedingsbron in jouw jeugd. Je gaat zelf ook vreemd.

Ik wil alleen zijn leuke kanten.’ –> dat is de illusie die je in stand houdt. Je probeert hem net zo lang te veranderen tot je alleen zijn leuke kanten overhoudt. Je kunt iemand anders niet veranderen. Je hebt zo veel last van zijn niet-leuke kanten.

‘Ik ben jaloers.‘ –> je bent niet jaloers, want je misgunt het hem niet. Je benijdt hem. Dat is iets anders dan jaloezie. Bij jaloezie misgun je de ander iets en als je iemand benijdt, dan wil je ook wat die ander heeft, maar misgun je het de ander niet.

‘Ik ben niet jaloers.‘ –> je misgunt het haar wat maakt dat je jaloers bent. Als je het haar niet had misgund, zou je haar benijd hebben en niet jaloers zijn geweest. Dat je haar misgunt wat ze heeft, maakt dat je jaloers bent.

‘Ik had een keuze.‘ –> die had je niet met een mes op je keel.

‘Hij heeft voor haar gekozen.‘ –> niet helemaal. Helemaal niet. Het is jouw interpretatie dat hij voor haar heeft gekozen, omdat dat jouw grootste angst is.

‘Ik had geen keuze.’ –> die had je wel, maar je hebt niet geleerd dat je wel degelijk meerdere keuzes had.

‘Mijn vader was zeer onberekenbaar door moeheid en door hard werken.’ –> hij is niet onberekenbaar door moeheid en door hard werken. De onberekenbaarheid, zijn onvoorspelbaarheid en zijn regressies zijn vanuit zijn jeugd en hebben op zich niets te maken met zijn moeheid en met zijn harde werken. Ook als hij niet moe zou zijn geweest en niet hard zou hebben gewerkt, zou hij die regressies hebben gehad.

Ik moet haar toch kunnen vertrouwen?‘ –> niet altijd, niet in alles, niet overal. Daar zul je zelf achter moeten komen, maar dan moet je je wel de tijd gunnen om haar te leren kennen.

‘Ik heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel.‘ –>wat je ‘verantwoordelijkheidsgevoel’ noemt, is het jezelf beschermen tegen de opmerkingen van je vader.

Je wereld wordt klein.’ –> je hebt hem klein gemaakt voor jezelf.

Ze zette me voor het blok.’ –> ze zette jou inderdaad op dat moment voor het blok, omdat jullie zoon er bij was. Ze kan jou alleen voor het blok zetten voor zover je dat toelaat. Als je had gezegd: ‘Daar praten we straks onder vier ogen over’ had je de angel er meteen uitgehaald.

‘Hij had schoolangst.’ –> het zal geen angst voor school geweest zijn, want een school op zich is niet bedreigend. Het is de bejegening of het gepest worden waar hij terecht bang voor was. Als hij niet gepest werd, heeft het waarschijnlijk te maken gehad met het niet kunnen voldoen aan de eisen die zijn vader aan hem stelde en aan de intimiderende of dreigende manier waarop dat gebeurde. Hij kan daardoor faalangst hebben ontwikkeld.

‘Hij zei: ik kan je niet missen, ik wil je niet kwijt, ik ga veranderen.’ –> jullie hadden die gewenste veranderingen niet besproken, laat staan concreet gemaakt. Logisch dat het binnen drie maanden weer het oude liedje was. Er was voor hem geen enkele noodzaak meer om te veranderen, want hij had jou weer terug. Het was niet uitgesproken en niet besproken, dus wat viel er te veranderen en waarom zou hij nog veranderen?

‘Mijn moeder had ook veel commentaar op mijn haar. Dat doen moeders toch?’ –> nee, jouw moeder deed dat en je weet niet anders.

‘Het was een heel raar begin.’ –> het begin was niet raar; het was raar dat je ondanks die familiaire beslommeringen toch ging daten.

‘Aan de ene kant had ik met haar te doen, aan de andere kant speelde ze het slachtoffer. Misschien kon ze niet anders.’ –> of ze wel of niet anders had gekund doet niet ter zake, want dat is haar eigen perceptie en haar eigen onjuiste interpretatie.

‘Hij hield me aan het lijntje.’ –> je liet je aan het lijntje houden.

‘Zij heeft heel grote fouten hierin gemaakt.’ –> je hebt hierin, als toekomstige werkgever, zelf geen zakelijke kaders aangegeven waarbinnen geopereerd moest worden.

Als ik mezelf kwetsbaar opstelde, werd ik erop afgerekend.’ –> het is logisch dat je dit ervaart. Het was andersom: je werd er sowieso op afgerekend, zelfs zonder dat je je kwetsbaar opstelde. Je zat in een verkeerde, want onveilige, omgeving.

‘Ze wil het maar niet begrijpen.’ –> en dat wil jij maar niet begrijpen.

‘Ik was trots om met mijn vader mee te gaan.’–>dat was in jouw geval geen ‘trots’, maar je wilde hem niet tot last zijn. Je wilde hem pleasen.

‘Ik had dan altijd de aandacht van mijn vader.’ –> hij bood jou geen aandacht want hij betrok je helemaal niet bij het vissen. Hij tolereerde jouw aanwezigheid.

‘Mijn moeder geloofde me niet.‘ –> ze geloofde jou wel degelijk, anders was ze niet meteen in de ontkenning geschoten.

‘Dat was een pedagogische tik.’ –> die bestaat niet. Een tik is niet pedagogisch, nooit in het belang van het kind maar altijd vanuit de eigen onmacht.

Het was niet alleen eros.’ –>die verliefdheid en jouw behoefte aan spanning en drama is wat jij aanziet voor liefde. Dat komt omdat je niet anders hebt meegemaakt, niet anders weet en, tot op heden, niet anders geleerd hebt.

‘Ik wil zo graag rust in mijn relatie.‘ –> het is een illusie dat je via de spanningsvolle en dramatische eros agape kunt krijgen: het houden van. Vanuit jouw jeugd zul je altijd op zoek zijn naar spanning en drama: eros. Om rust in je relatie (agape) te krijgen zul je jezelf alsnog emotioneel moeten opvoeden.

‘Hij doet oprecht zijn best.’ –> je hebt last van het feit dat dat niet leidt tot resultaten. Goede bedoelingen zijn als een ladder die tekort schiet. Het gaat erom waar dat ‘zijn oprechte best doen’ toe leidt.

‘Zij is zeer depressief.‘ –> ze is het niet voortdurend en ze is niet als zodanig gediagnosticeerd. Interessant is te kijken op welke moment ze het is en met name wat de overgangsmomenten zijn, want die worden ergens door getriggerd.

‘Ze zei: Dat is geweest, dat is het verleden.’ –> Het is een dooddoener om er maar niet over te praten. Je kunt zeggen: ‘Klopt en ik wil dat het vanaf nu anders wordt. Daarom wil ik er graag over praten.’ ‘Ik kan de tijd niet terugdraaien; het is zo gelopen’ –> klopt, maar dat is geen excuus om het ook zo in de toekomst te laten lopen. ‘Wat heeft het voor zin erover te praten? Je kunt het verleden niet veranderen.‘ Het verleden niet, de toekomst wel en daar was het jou om te doen.

‘Ik moest altijd de oudste en de wijste zijn.’ –> een dooddoener die gebruikt wordt als ouders geen argumenten hebben en hun eigen verantwoordelijkheid op de schouders van hun oudste kind leggen.

‘Hoe dom  kun je zijn.’ –> het is niet dom van je; het is je relatieverslaving.

‘Dat was een stomme fout van me.’ –> een fout is alleen dom als je er niet van leert. Als je fouten maakt, ben je in ieder geval bezig. Je moer er alleen voor zorgen dat je niet twee keer dezelfde fout maakt, anders is die eerste fout voor niets geweest.

‘Als ze geen liefde kunnen geven, dan maar geld.’ Het is een legitieme keuze, maar het geld maakt niet goed wat jou vroeger aan liefde is onthouden.

‘Ik zal nooit meer kunnen werken.’ –> Dat is alleen het geval als je op de oude voet doorgaat en niet verandert. Je kunt alleen nú niet werken.

‘Ik heb geluk gehad.’ –>ik kijk hier anders naar. Je hebt het aan je eigen doortastendheid te danken: je had de constructie en het belangenspel door, durfde er in mee te gaan en hebt er ook nog eens een mooie onderhandelingspositie uit weten te  slepen. Slechts weinig mensen zouden jou dat nagedaan hebben.

‘Ik heb de relatie vier keer heel serieus verbroken.‘ –>je hebt het alleen met woorden gedaan, niet met daden. Zo ‘serieus’ was het niet. Bovendien waren jouw woorden boterzacht en hadden ze nooit consequenties. Je sprak eerder een intentie uit. Hierdoor is het nooit een dag feitelijk uit geweest.

Hij deed het vanuit een positieve instelling, vanuit de gedachte Ik doe het goed.’ –> hij deed het niet vanuit de gedachte dat hij het goed deed, want hij negeerde alle signalen waaruit bleek dat hij het helemaal niet goed deed.

Mijn partner coacht mij.’ –> dit wijst op een ongelijkwaardige relatie. Bovendien is er dan rolverwarring tussen zakelijk en privé. ‘De confrontaties ontstaan over zijn advies.’ Dat kan niet anders, omdat er ongelijkwaardigheid is en omdat jullie mede daardoor in een machtsconflict met elkaar zitten.

‘Ik ben niet van de blind dates.’ Dat ben je wel, anders deed je niet aan internetdating. ‘Ik ben niet betalend lid.’ Je zit op internetdating met het doel om te daten. ‘Ik wil kijken of er leuke partners zijn.’ –> die zijn er maar zolang je relatieverslaafd bent, zul je daar niet op vallen omdat je dan niet je patronen van vroeger kunt herhalen.

‘Mijn vader had ook altijd gelijk.’ –> hij had het niet. Hij wilde het hebben en kreeg dat niet.

‘Toen is ze min of meer bij me ingetrokken.’ –> het was een halfbakken oplossing en een oneigenlijke oplossing voor het werkelijke probleem: dat hij niet zelf zijn zaken kon regelen. Het was een oplossing voor een ander probleem (dat hij kennelijk geen vrienden had bij wie hij tijdelijk kon verblijven) en het echte probleem (dat hij zijn zaken niet kan regelen) werd er niet mee opgelost.

‘Ik moest er in mee.’ –> dat moest niet. Je hebt het zelf gedaan omdat het jou iets bood. En tegelijkertijd heb je niet je eigen wensen nagestreefd. Logisch dat je moedeloos en vermoeid bent.

‘Ik ben toch haar grote liefde?‘ –> je bent datgene wat zij onder ‘grote liefde’ verstaat. Dat je toch haar ‘liefde’ als grote liefde blijft zien, komt doordat hetgeen je in je jeugd hebt meegemaakt de enige ‘liefde’ is geweest die je hebt ervaren. Je weet niet anders.

‘Ik had vroeger nergens zin in. Ik zeurde dan dat ik me verveelde. Ik kreeg niet de aandacht. Mijn moeder zal wel dingen opgenoemd hebben die ik kon gaan doen.’ –> het was jou niet te doen om advies of tips te krijgen wat je zou kunnen gaan doen; je wilde aandacht en dat was juist wat je niet kreeg.

‘Ik kan me heel erg moeilijk concentreren en ben heel gauw afgeleid.’ –>daar heb ik niets van gemerkt. ‘Als ik aan het werk ben, ben ik geneigd om mijn e-mail tussendoor te lezen.’ –> je zoekt naar bevestiging via mail (dat je voor andere mensen nog bestaat en nog belangrijk wordt gevonden en dat andere mensen aan je denken) en daarnaast doe je werk wat jou niet boeit. Logisch dat je afleiding zoekt. Het is niet het moeilijk kunnen concentreren, maar het doen van werk dat jou niet boeit waar het om gaat.

‘Ik vind dat zij niet voor onze relatie heeft gevochten.’ –> dat zij dat vanaf het begin al niet heeft gedaan, zag je niet. Overigens is ‘vechten’ voor je relatie iets heel anders dan investeren in je relatie.

Als zij nou maar hulp zoekt, komt het goed tussen ons.’ –> ze zal geen hulp zoeken. Ook al zou ze hulp zoeken, dan is jouw probleem nog hetzelfde: dat je niet emotioneel van haar kunt loskomen.

Als zij het uitmaakt, kan ik van haar loskomen.’ –> je zult het binnen een week zelf weer aanmaken, omdat je emotioneel te afhankelijk van haar bent. Jullie kunnen geen van beiden de relatie beëindigen en zijn juist als de dood dat de ander het uitmaakt. Daarom maken jullie het elke keer uit: om de ander maar voor te zijn en de controle te behouden. Bovendien is het minder pijnlijk om de ander af te wijzen dan om afgewezen te worden.

‘Ik ga na mijn vakantie weer werken.’ –> je bent burn-out, bent gevloerd, kunt nu niet verder en weet nu al dat je over drie weken gaat werken, waarbij je niet op een functie buiten de schijnwerpers kunt beginnen. Je moet dus meteen weer op je eigen functie, in halve dagen, 100% aan de bak. Ik zou dit met de bedrijfsarts bespreken, want anders ga je te zijner tijd de afkeuring in. Je bent niet voor niets burn-out geraakt. Niet jouw bedrijfsarts maar jijzelf bepaalt of je in staat bent om weer te beginnen. Het probleem van de planner om het rooster rond te krijgen is zijn probleem; daarvoor is hij planner geworden, om dergelijke problemen op te lossen. Je voelt je ten onrechte verantwoordelijk voor het rooster. Jouw grote verantwoordelijkheidsgevoel is een van de redenen dat je burn-out bent geworden. Jouw enige verantwoordelijkheid is met je herstel aan de slag te gaan.

‘Ik had graag zelf een stukje geluk willen inleveren.‘ –> van welk geluk? Zit je hier nou juist niet omdat je niet gelukkig bent en omdat je niet weet hoe je kunt genieten?

‘Ik deed het voor hem.’ –> Je deed het voor jezelf. Het bood je wat om jezelf op te offeren.

‘Hij kan er toch niets aan doen?’ –> dat hij Asperger heeft vind je zielig. Het maakt niet uit welke handicap of welke diagnose iemand heeft. Het gaat om het gedrag dat iemand naar jou toe laat zien. Dat gedrag laat jij je aanleunen. Als je niet met je patronen van vroeger aan de slag gaat, zul je blijven vallen op iemand die jij kunt redden, helpen en verzorgen en die jij aandoenlijk vindt. Je zult dan altijd een ongelijkwaardige relatie krijgen.

‘Mijn vader was heel trots op mij.’ –> hij uitte die trots alleen tegenover anderen, waar jij niet bij was; nooit tegen jou zelf. Je hebt het van andere mensen gehoord dat hij altijd zei hoe trots hij op jou was. Als hij alleen aan de buitenwereld laat merken hoe trots hij op jou is, is het hem te doen om wat er van jou op hem afstraalt. Hij is plaatsvervangend trots. Als hij oprecht trots op jou is, vertelt hij dat ook alleen tegen jou en niet alleen tegen anderen waar jij nooit bij bent.

‘Ik dacht dat hij het wel zou doen.’ –> je dacht het niet; je hoopte het.

‘Hij zette de bloemetjes buiten. Hij had helemaal geen last van de scheiding.’ –> je legt de link dat omdat hij de bloemetjes buiten zette, hij geen last zou hebben van de scheiding. Ik denk dat de kans groter is dat het omgekeerde het geval was, temeer omdat jij het had uitgemaakt.. Ik vermoed dat hij, omdat hij zoveel last had van de scheiding, zijn zinnen aan het verzetten was en zichzelf een beetje aan het ‘verdoven’ was door afleiding te zoeken. Dat je denkt dat hij geen last zou hebben van de scheiding is omdat dit jouw grootste angst is: dat het hem nauwelijks iets doet.

‘Mijn moeder had ambities, maar nooit de kans gehad.’ –> hier zet ik vraagtekens bij want ook later, toen ze wel de kans had, ging ze ook die studie niet doen. Er speelde waarschijnlijk iets anders.

Ik kon er nooit wat tegenin brengen.‘ –> omdat je het tot die tijd altijd met woorden wilde bevechten in plaats van dat je daden liet zien. Je dreigde wel met van alles, maar je deed het vervolgens niet. Totdat je wel een daad liet zien, toen nam hij jou wel degelijk serieus.

‘Ik kan echt doorgaan om mijn doel te bereiken.’ –> het ligt er maar aan welk doel het betreft, want het lukt je niet om de contracten aan te passen, om de gesprekken voor te bereiden, om aanpassingen gerealiseerd te krijgen of om op te ruimen. De doelen die je bereikt zijn in het kader van je profileergedrag naar de buitenwereld toe.

‘Hij was ook heel lief.‘ –> en de rest waar je nu zo’n last van hebt kreeg je erbij.

Trouw is een issue voor mij.’ –> dat is het niet als je het aanlegt met iemand die getrouwd is. Je bedoelt dat je zelf monogaam bent. Of de ander monogaam is maakt jou niet uit. Dat is zijn verantwoordelijkheid, maar dat maakt niet dat trouw een issue voor jou is.

‘Ik denk dat ik vaak wel gelukkig ben.’ –> het gaat om de momenten dat je het niet bent, want daar heb je last van.

‘Hij ontneemt mij mijn gezin.’ –> dat kan alleen als jij dat toelaat. Hoe doet hij dat? ‘Hij bepaalt op dit moment een beetje hoe ik verder met mijn leven en hoe ik verder met mijn kinderen moet doen.’ Hierin toon je je afhankelijkheid en je slachtofferrol. Zo afhankelijk ben je feitelijk niet, maar je gedraagt je net zo afhankelijk als vroeger toen je kind was.

‘Hij probeert wel positief te zijn.’ –> waar het om gaat is of hij het ook werkelijk is. Wie probeert er nu niet positief te zijn? Het gaat om het resultaat van die intentie. Dat is namelijk datgene wat jij merkt, niet zijn ‘proberen’.

‘Ik ben wel open naar mijn dochter.’ –> niet op een emotioneel gezonde manier. Wat je over jezelf vertelt is emotioneel misbruik, want vanuit jouw eigen behoefte en niet vanuit de behoefte van je dochter. Je bent open op een verkeerde manier tegenover de verkeerde. Je doet er goed aan dergelijke aspecten met vriendinnen te bespreken; niet met je eigen dochter of met een leeftijdsgenoot van haar.

‘Ik kom uit een stabiel gezin.’ –> je komt uit een financieel en maatschappelijk stabiel gezien; niet uit een emotioneel stabiel gezin.

‘Hij was er vaak niet omdat hij druk was met zijn werk.’ –> hij is eigen baas en kan  net zo druk zijn als hij zelf wil. Voor het geld hoeft hij het niet te doen en ook als hij i n het weekend niet hoeft te werken, heeft hij klussen. Hij gebruikt werken om te vluchten.

Ze zei: Ik heb het (jouw seksuele voorkeur) toch geaccepteerd?’ –> ze heeft het getolereerd, niet geaccepteerd. Eigenlijk heeft ze het gedoogd en niet eens getolereerd.

Je kunt niet alles hebben.’ –> Je kunt wel degelijk alles hebben als je niet onmogelijke verwachtingen stelt aan anderen en als je reële behoeften hebt en voor de vervulling daarvan niet van anderen afhankelijk bent.

‘Op mijn rapport stond dat ik wel eens ondeugend was.’ –> dat je snel afgeleid kon worden door bijvoorbeeld een vlieg, kan ik me indenken als de lessen niet boeiend zijn. Als een les boeiend is en als de juf of meester kinderen bij de les betrekt, heb je geen tijd om je te laten afleiden door een vlieg. Als je je daarentegen verveelt in de les, is alles interessant als afleiding. Zelfs een vlieg.

‘Ze is egocentrisch.’ –> ze is niet egocentrisch maar egoïstisch. Je bent egoïstisch als jouw gedrag ten koste gaat van anderen. In geval van egocentrisch gedrag gaat jouw gedrag niet ten koste van anderen.

‘Ik wil meer tijd met hem doorbrengen.‘ –> Hij werkt veel weekenden. Ik vraag waarom je niet doordeweeks meer dingen met hem doet. Je sport vijf avonden in de week. Kennelijk sport je liever dan dat je tijd met hem door wilt brengen. Jullie hebben het zo georganiseerd dat het werken en het sporten belangrijker is dan het samen meer tijd met elkaar doorbrengen. Als je het echt wilt, zou je niet vijf avonden sporten. Je wilt niet echt meer tijd met hem doorbrengen. Je hebt het zelfs zo georganiseerd dat je niet meer tijd met hem hoeft door te brengen.

‘Ik wil haar gelukkig zien. Ik wil haar gelukkig maken.’ –> dat kun je niet. Je hebt het voor jouzelf nodig om je partner gelukkig te maken. Je bent pas gelukkig als je partner gelukkig is. Je zit in de Redderrol.

‘Vasthouden aan mijn eigen gelijk is iets anders dan mijn eigen overtuiging.’ –> in principe wel, maar je zet beide in om gelijk van de ander te krijgen. Voor jou is het eigen gelijk en jouw overtuiging hetzelfde.

Anderen hebben het slechter.’ –> dat is altijd waar. Het is een legitieme beschermingsmaatregel en overlevingsmechanisme vanuit vroeger, die je nu gebruikt om maar niet te hoeven veranderen. Er zijn ook heel veel mensen die het beter hebben dan jij.

Geef je papa nog een knuffel?’ –> dit is emotioneel misbruik omdat de voeding dan van het kind naar de ouder gaat in plaats van de ouder naar het kind. Je doet er goed aan om vanaf nu alleen jouw kind een knuffel te géven en er niet meer om te vragen.

Als ik van hem een verklaring had gehad, zou ik het anders hebben kunnen doen.’ –> nee want je zou hem van zijn verklaring hebben afgehaald, omdat het jouw levensproject is geworden om hem te veranderen. Ongeacht welke verklaring hij ook gegeven zou hebben, je zou het niet goed genoeg gevonden hebben en er altijd wat op aan te merken hebben.

‘Ze waren een goede match, want ze corrigeerden elkaar.’ –> dat ze met elkaar de praatgroepen besproken, laat onverlet dat ze elkaar niet corrigeerden en als je vader wegliep, deed je moeder niets.

‘Ik kan heel goed alleen zijn.’ –> je kunt je tegelijkertijd niet voorstellen hoe het is om gelukkig te zijn zonder een relatie te hebben. Je kunt kennelijk goed alleen zijn als je een relatie hebt.

‘Mijn moeder had altijd wel respect voor haar moeder.’–>dat jullie altijd naar haar verhalen over vroeger moesten luisteren en hoe ze elke keer vertelde dat haar vader was overleden toen ze nog een peuter was en hoe jouw moeder later het gezin draaiende heeft gehouden, is emotioneel misbruik. Ze deed het om medelijden te wekken voor haar positie. Ik vermoed dat ook jouw moeder medelijden had met haar moeder en dat er niet zozeer sprake was van respect voor haar moeder maar van het te doen hebben met haar moeder.

In de kern is hij heel leuk, lief en zacht.‘ –> wat je beschrijft is normaal gedrag. De rest krijg je erbij.

Kortom: de meeste teleurstellingen creëren we gelukkig zelf. Dan kunnen we die namelijk ook zelf veranderen. Om inzicht te hebben in je onterechte aannames, interpretaties en vermoedens, is het nodig dat je inzicht krijgt in je patronen van vroeger, omdat jouw aannames/interpretaties/vermoedens daaruit voortkomen. Je hebt er namelijk belang bij om bepaalde aspecten niet te checken, al is het maar omdat je dan je zelfbeeld kunt handhaven en omdat je je controle kunt behouden. Tenminste, dat denk je. Weer een misinterpretatie. In een Eendaagse Coaching kan ik je aanreiken hoe je een reëler beeld van de werkelijkheid en hoe je meer zelfvertrouwen kunt ontwikkelen.

Ik heb een Videojaarprogramma ontwikkeld met de TOP 15 aspecten waar mensen, die willen loslaten, last van hebben: Piekeren, Angst en paniek, Depressieve gevoelens/dips/down/neerslachtigheid/gedeprimeerdheid, Eenzaamheid/leegte/gemis, Slecht slapen, Stress/spanning, Burn-out/overspannenheid/overwerkt, Vermoeidheid/ futloosheid/energiegebrek, Gebrek aan zelfvertrouwen/negatief zelfbeeld/minderwaardigheidsgevoel, Besluiteloosheid/niet kunnen kiezen/twijfel/spijt/dilemma/geen actie ondernemen, Geen grenzen aan kunnen geven/geen Nee kunnen zeggen/pleasegedrag, Schaamte en schuldgevoel, Boosheid/agressie/frustratie/ergernissen, Emotionele pijn, Niet kunnen genieten/niet de zin van het leven weten/niet gelukkig zijn/niet weten wie je bent.

Over elk van de symptomen leer je wat het is, hoe het ontstaat en hoe jij het kwijt kunt raken.

‘Je video heeft me meer gedaan dan de psychiater, psychotherapeut en psycholoog in het verleden.’
‘Je geeft concrete en praktische tips om er vanaf te komen’

De eerste video, over Piekeren, kun je hier gratis en vrijblijvend bekijken, om te kijken of het Videojaarprogramma iets voor je is. Meer informatie over het Videojaarprogramma of het Videojaarprogramma direct bestellen kan hier.

Mijn boek Stop liefdesverdriet gaat over jouw eigen aandeel in jouw relatie en wat je daarin zelf ten goede kunt veranderen (290 pagina’s, 24,95 euro). Ook kun je lezen hoe we tot onze partnerkeuze komen en wat de invloed daarvan is op je leven. Je kunt een Gratis Probeerversie (38 pagina’s) downloaden, met de Cover, Inleiding, Inhoudsopgave, Tekst en de Achterzijde kaft.

‘Je geeft veel concrete tips en dat vind ik zeer waardevol!’

Hier vind je de Gratis Probeerversie en hier kun je het boek ook  aanschaffen.
Makkelijk bestellen (geen verzendkosten) kan hier. 

Hartelijke groeten,

Ammy van Bedaf MSc

Universitair geschoolde psycholoog

Cognitieve gedragstherapie

info@loslaten.nu          06-53 65 13 59          www.loslaten.nu

Lidmaatschapsnummer Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP) 213178