Loslaten van n.m.m. onterechte diagnoses zoals borderline en depressiviteit?

Loslaten van naar mijn mening onterechte diagnoses zoals borderline en depressie.

Veel van mijn klanten ervaren depressieve gevoelens of lijden aan depressiviteit, futloosheid of moedeloosheid. Mijn bevindingen over de oorzaak en het voortduren ervan zijn de volgende. Depressiviteit wordt veroorzaakt door iemands eigen machteloosheid/onmacht om om te gaan met de situatie (relatie en/of werk) waar hij of zij in bevindt. 

Zo zijn er vrijwel altijd concrete omslagpunten te achterhalen in de tijd voorafgaand aan de depressieve gevoelens of futloosheid en de tijd erna. Er zijn naar mijn mening altijd triggers, die als omslagpunt fungeren van het niet depressief/futloos zijn en het op enig moment wel depressief/futloos zijn. Wat triggers kunnen zijn, verschilt enorm. Bovendien zijn het verschillende aspecten, die ook nog eens op elkaar inwerken. De situaties zijn doorgaans hetzelfde: het is een situatie (privé en/of werk) waarin men zich onmachtig voelt om met de betreffende situatie te dealen. 

Dat de triggers divers zijn en ook nog eens op elkaar inwerken, kan ik duidelijk maken door het volgende voorbeeld: iemand heeft last van gevoelens van eenzaamheid en leegte, heeft moeite om contact te leggen, is gevoelig voor afwijzing, durft geen hulp te vragen. Een combinatie van dergelijke diverse aspecten (en het zijn altijd verschillende aspecten die op elkaar inwerken en de aspecten verschillen per persoon) kan leiden tot depressiviteit, alleen omdat men machteloos is hier zelf uit te komen. Het cruciale verschil tussen het wel of niet een depressiviteit ontwikkelen is de eigen machteloosheid. Om het nog gecompliceerder te maken: niet iedereen die zich machteloos voelt, ontwikkelt depressieve gevoelens. Mensen die te maken hebben gehad met patronen van vroeger, hebben een (veel) grotere kans op het ontwikkelen van depressieve gevoelens, naar mijn mening dóór die patronen van vroeger, omdat men zich daardoor machteloos voelt. Die machteloosheid is een logisch gevolg door de opvoeding die men heeft gehad. 

Andersom is dus niet waar: dat iedereen die er niet uit komt, depressief wordt. Mensen ontwikkelen allerlei verschillend (overlevings)gedrag: van verslaving tot depressiviteit, van burn-out tot psychosomatische klachten, van pleasegedrag tot zich terugtrekken, etc, etc, etc. 

De oorzaak van de eigen machteloosheid/onmacht vloeit naar mijn mening voort uit patronen van vroeger, zoals affectieve verwaarlozing, emotioneel misbruik, geestelijke mishandeling, lichamelijke mishandeling, seksueel misbruik of pedagogische mishandeling. 

Affectieve verwaarlozing houdt in dat iemand geen aandacht, waardering, erkenning, bevestiging, troost, aanmoediging heeft gekregen, ook niet op de momenten dat je het als kind nodig had. 

Emotioneel misbruik is als die emotionele voeding (zoals aandacht, waardering, erkenning, bevestiging, e.d.) van het kind naar de ouder gaat (in plaats van zoals het hoort: van de ouder naar het kind). Dat gebeurt als de ouder (meestal de ondergeschikte/subassertieve ouder) in een voor het kind niet herkenbare slachtofferrol zit, waardoor het kind te doen krijgt met die ouder. Het kind gaat zichzelf ontzien en wegcijferen om maar niet nog meer last te zijn voor die ouder. Uit dit emotioneel misbruik ontstaat de voedingsbron voor de latere emotionele pijn en onrust in relaties. Affectieve verwaarlozing en emotioneel misbruik gaan altijd samen omdat affectieve verwaarlozing leidt tot emotioneel misbruik, omdat affectieve verwaarlozing in de jeugd van de ouder leidt tot emotioneel misbruik van de kinderen. De ouders ‘halen’ onbewust bij hun kinderen wat ze op emotioneel gebied niet van hun eigen ouders hebben gekregen. 

Geestelijke mishandeling betreft alle vormen van het naar beneden gehaald worden, het afgewezen worden, het niet goed (genoeg) doen, zowel verbaal als non-verbaal. 

Lichamelijke mishandeling is als er van fysiek geweld sprake is. In geval van lichamelijk geweld is er ook altijd sprake van geestelijke mishandeling en van affectieve verwaarlozing en emotioneel misbruik.

Voor een kind is het getuige zijn van fysiek of verbaal geweld net zo bedreigend als het zelf ondergaan van dit geweld. Bij een kind lichten dezelfde hersengebieden op als het fysiek geweld tussen/van de ouders ziet dan wanneer het dat zelf ondergaat. 

In geval van seksueel misbruik is altijd tevens sprake van geestelijke mishandeling (bijvoorbeeld in de vorm van emotionele chantage), emotioneel misbruik, affectieve verwaarlozing en (dreiging met) lichamelijke mishandeling.

Van pedagogische mishandeling is sprake als een kind niet de door hem of haar gewenste opleiding heeft mogen volgen of niet het door hem of haar gewenste beroep heeft mogen kiezen.

Per persoon verschillen de specifieke uitingsvormen van deze patronen van vroeger en de manier waarop die nu nog in stand worden gehouden.

Ik kijk anders naar een ‘stoornis’ dan de reguliere hulpverlening doet. Ik vind dat een depressie niet een stoornis is, maar logisch gedrag op de omgeving waarin degene die depressief is geworden zich vroeger bevond. Naar mijn mening zit de oorzaak van een depressie of van futloosheid in de jeugd, en zijn er gebeurtenissen in het volwassen leven die de trigger vormen. Zou men zich als kind niet ook machteloos gevoeld hebben, dan zou men als volwassene niet een depressie hebben ontwikkeld. Als kinderen op een voor hen niet gezonde omgeving symptomen gaan vertonen, is dat logisch gedrag op een ongezonde omgeving en naar mijn mening geen stoornis. Het ziek worden in een zieke omgeving is dan naar mijn mening gezond gedrag… Het niet ziek worden in een zieke omgeving is dan naar mijn mening overlevingsgedrag. 

Het etiket stoornis zou dan ook naar mijn mening van toepassing zijn op stoornissen die aangeboren zijn en waar men niets of niet veel aan kan veranderen, zoals Asperger bijvoorbeeld. Terwijl ook hier vaak nog bepaalde gedragsveranderingen mogelijk zijn, als betrokkene dat wil tenminste. Het probleem van een partner van een Asperger is vaak dat ze obsessief bezig zijn om hun partner-met-Asperger willen veranderen, terwijl ze voorbij gaan aan het eigen aandeel dat ze in hun huwelijk/relatie hebben. 

Ik ontving een mail van een klant die de diagnose ‘Dystyme stoornis’ had gehad. Ik wist niet wat een dystyme stoornis was en ging googelen, waar ik op http://www.lichtopdepressie.nl/stemmingsstoornissen/dysthyme-stoornis/ las dat een dystyme stoornis een depressie betreft. Wat ik er over las was dat het ‘zich onderscheidt van een depressie doordat een depressieve stemmingstoornis wordt gekenmerkt door één of meerdere depressieve periodes, die te onderscheiden zijn van iemands normale functioneren, terwijl de dystyme stoornis gekarakteriseerd wordt door chronische, minder ernstige depressieve symptomen die al vele jaren aanwezig zijn. Dat laatste maakt het lastig de stemmingsstoornis van iemands gebruikelijke doen en laten te onderscheiden.’

 In tegenstelling tot hetgeen er nog meer over dysthyme stoornis wordt beschreven, zijn mijn bevindingen over ‘dysthyme stoornis’ de volgende:

– is het niet lastig de stemmingstoornis van iemands gebruikelijke doen en laten te onderscheiden, als je maar weet waar je naar moet zoeken.

– is er geen sprake van een vroeg of laat begin van de stoornis met als omslagpunt de leeftijd van 21 jaar. Deze grens is willekeurig en zinloos. Ik heb klanten met allerlei vormen van depressiviteit van 19 tot 72.

– hoeft een chronische depressie niet moeilijker te behandelen te zijn. Hij is wel moeilijker (volgens mij zelfs onmogelijk) te behandelen als je geen oog hebt voor de onderliggende patronen van vroeger. Als je die patronen van vroeger en de diverse uitingsvormen daarvan bij iemand inzichtelijk maakt, kun je achterhalen op welke momenten die patronen van vroeger in iemands leven weer werden getriggerd, waarna een volgende depressieve periode begint. En er is ook een trigger die ervoor zorgt dat die depressieve periode soms weer over gaat. Als je inzicht hebt in de triggers, kun je de veroorzakende triggers voorkomen en de triggers waardoor de depressieve periode weer over gaat, organiseren. Het is absoluut mogelijk om inzicht te geven in die omslagpunten.

– dat iemand me een dystyme stoornis zich eenzaam, zeer ongelukkig en nooit echt goed voelt en daarnaast behoorlijke functionele beperkingen ondervindt, heeft stuk voor stuk zijn oorsprong in de patronen van vroeger in iemands jeugd. De huidige ervaren eenzaamheid is de eenzaamheid van vroeger: dat je je als kind niet gehoord en niet serieus genomen voelde. Als je je vroeger als kind niet eenzaam en/of in de steek gelaten voelde, zou je je nu niet eenzaam voelen. Logisch dat als je je machteloos/onmachtig voelt, je je nooit echt goed en zeer ongelukkig voelt. De meeste van  mijn klanten hebben functionele beperkingen. Een aantal heeft dat feitelijk, maar ook als mensen zeer succesvol zijn in hun werk, kunnen ze daarnaast ook een gevoel van leegte ervaren, of geen voldoening, of ze weten niet wat ze echt willen (in werk en/of relatie) of wie ze zijn. Daarnaast zijn ‘zeer ongelukkig zijn’ en ‘je nooit echt goed voelen’ en ‘behoorlijke functionele beperkingen’ lege containerbegrippen die naar mijn mening handen en voeten moeten krijgen voordat je daar een diagnose op los laat. 

– dat iemand met een dysthyme stoornis ‘zich meestal prikkelbaar , chagrijnig en gedeprimeerd gedraagt’ lijkt me ook een logisch gevolg van patronen van vroeger. Ook dat ze ‘een laag gevoel van eigenwaarde en slechte sociale vaardigheden hebben en pessimistisch zijn’: volstrekt logisch vanuit de omgeving waarin ze als kind probeerden te functioneren. 

– ook bij een dysthyme stoornis moet je voldoen aan tenminste twee van de genoemde symptomen: waaronder symptomen ten aanzien van eten, slapen, energie/vermoeidheid, eigenwaarde, concentratie of hopeloosheid. Welke twee dat zijn, maakt voor de diagnose niet uit. 

– ook bij een dysthyme periode wordt over een periode gesproken waarbinnen het zich zou moeten voordoen of herhalen. Vervolgens wordt nog een open deur ingetrapt: ‘In veel gevallen ontwikkelt zich binnen vijf jaar na de dysthyme stoornis een depressieve stoornis.’ Logisch, als je niet met de oorzaak ervan aan de slag gaat. Bovendien: wat zijn ‘veel’ gevallen? En waarom vijf jaar? 

– toegevoegd wordt: ‘Mensen die aan een dysthyme stoornis lijden beschouwen zichzelf vaak als oninteressant of machteloos en hebben een hoge mate van zelfkritiek.’ Dit duidt op geestelijke mishandeling. 

– het gaat inderdaad niet vanzelf over. Dit is het enige waar ik me in kan vinden in hetgeen over de dysthyme stoornis wordt geschreven. Daarvoor is nodig dat je inzicht krijgt in je patronen van vroeger en dan met name in de specifieke uitingsvormen daarvan. Vervolgens moet je inzicht hebben in hoe je die patronen van vroeger nu nog onbewust en onbedoeld zelf in stand houdt en hoe je dat zelf feitelijk kunt veranderen. Dit veranderen betreft specifieke gedrags- en communicatievaardigheden;

– weinig energie, vermoeidheid, futloosheid, lusteloosheid, je nergens toe kunnen zetten, enorm tegen dingen opzien, een gering gevoel van eigenwaarde, slechte concentratie, besluiteloosheid, gevoelens van hopeloosheid e.d. (ik kan nog wel even doorgaan) zijn allemaal normale gevolgen van die patronen van vroeger. 

Ik had een klant die een jaar daarvoor door een psychiater gediagnosticeerd was als borderline en tijdens de Eendaagse Coaching kon ik bij haar absoluut geen borderline bespeuren. En dan bedoel ik: niet één enkel aspect. Ik vond haar zelfs evenwichtig, zeker als je in ogenschouw nam wat ze in haar jeugd en daardoor in haar leven had meegemaakt. Ze had een kopie van de diagnose uit het boek DSM-5, dat ook in Nederland voor diagnosticering wordt gebruikt. Ik kon de 5 kenmerken op grond waarvan ze de diagnose borderline had gekregen bij haar terugbrengen tot uitingsvormen van patronen van vroeger. Omdat die patronen van vroeger niet als zodanig worden herkend en omdat ze niet formeel uitgeschreven zijn, vormen die patronen van vroeger geen formele diagnose.

En naar mijn mening een belangrijk kenmerk van borderline (die ik bij borderline-klanten heb gemerkt) staat niet in de DSM-5: een borderliner komt regelmatig terug op wat ze daarvoor gezegd heeft en verdraait of ontkent dit vervolgens subtiel, waardoor het gevoel kan ontstaan dat je geen grip krijgt op betrokkene. In twee andere  Eendaagse Coachingen die ik met klanten met borderline had (waar zeker bij één van hen n.m.m. terecht de diagnose van borderline was gesteld) benoemde ik die aspecten, waarna dat door betrokkenen werd herkend en kon worden veranderd. 

Naar mijn mening is de diagnose dysthyme stoornis een non-diagnose. De manier waarop bij veel zogenaamde ‘stoornissen’ periodes en termijnen worden gehanteerd, ook ten aanzien van herhaling en de ernst van de ‘stoornis’, is naar mijn mening willekeurig. Bij borderline worden 9 kenmerken gehanteerd, waarbij men minimaal aan 5 van die kenmerken moet voldoen. Welke van de 5 kenmerken dat zijn, maakt voor de diagnose niet uit. 

Naar mijn mening zijn alle 9 kenmerken van borderline terug te voeren tot patronen van vroeger uit iemands eigen jeugd. Ik ben ook van mening dat aspecten als burn-out, depressie, terugkerende relatieproblemen, problemen in het werk, verslaving(sgevoeligheid), een negatief zelfbeeld, pleasegedrag/je grenzen niet aan kunnen geven/geen nee kunnen zeggen, angsten als angst voor afwijzing en bindingsangst e.d.. terug te voeren zijn tot patronen van vroeger, waarvoor het nog wel degelijk mogelijk is om je gedrag te veranderen  en om je emotioneel ongezonde patronen van vroeger los te laten en er emotioneel gezond en functioneel en doelgericht gedrag voor in de plaats aan te leren. Dit betreft, zoals aangegeven, feitelijke gedrags- en communicatiepatronen. 

Niet de gradaties in de mate of de duur van bijvoorbeeld depressiviteit of manisch-depressiviteit is waar het om gaat, maar de mate en de duur waarin men in de jeugd aan de patronen van vroeger is blootgesteld is waar het naar mijn mening om gaat. Dáár zit naar mijn mening de oorzaak van veel ellende in ons latere leven. De een ontwikkelt een verslaving, de ander een burn-out en een derde een depressie. De een heeft problemen in de relatie, de ander op het werk en een aantal beide. Van zowel problemen in een relatie als van problemen in het werk zijn de onderliggende patronen hetzelfde, alleen de uitingsvormen kunnen verschillen. Het voordeel is dat dit betekent dat je twee vliegen in één klap hebt als je met je patronen van vroeger aan de gang gaat: verbeteringen zowel privé als zakelijk. 

Ik heb zelf mijn burn-out en relatieverslaving en een bijna-depressiviteit kunnen keren door heel feitelijk aan de gang te gaan met mijn patronen van vroeger. Ik heb mezelf uit mijn machteloosheid gehaald en ik weet hoe mij dat gelukt is. Voor alles waren oorzaken, aanleidingen en triggers. Door emotioneel ongezond (en dus pijnlijk) gedrag af te leren en door er nieuw emotioneel gezond en functioneel en doelgericht gedrag er voor in de plaats aan te leren, heb ik mijn patronen van vroeger kunnen loslaten. Het loslaten was niet zwaar; het was het vasthouden aan mijn oude patronen wat zwaar was. 

Kortom: het gaat niet om diagnoses, maar om feitelijke gedragingen, die logisch voortvloeien uit je patronen van vroeger. Als je inzicht heb in alle diverse uitingsvormen van jouw patronen van vroeger, kun je er ook emotioneel gezond gedrag voor in de plaats aanleren. 

[contentblock id=3 img=gcb.png] [contentblock id=4 img=gcb.png] [contentblock id=5 img=gcb.png]