Loslaten van je dip

Loslaten van je dip is mogelijk. Jouw dips zijn er niet voor niets. Er moet dus iets veranderen en dat zal je geen windeieren leggen. Als je jouw dips niet als signalen ziet dat je iets niet goed doet, zijn ze wel voor niets.

Het niet lekker in je vel zitten kent veel variaties en veel gradaties: dip, depri, niet lekker in je vel zitten, futloos, moedeloos, vermoeid, depressief, down.

Heel grofweg zijn er twee varianten: een langer durende en chronische variant enerzijds en een kortdurende variant anderzijds. De kortdurende dips keren dan vaker terug. Welke variant het ook is:  je bent er niet mee geboren. Zelfs als er een genetische basis voor zou zijn, is  dit naar mijn mening overgeërfd via gedrag, zoals naar mijn mening ook met verslaving het geval is. Op een gegeven moment komen depressiviteit of verslaving namelijk in familielijnen niet zo maar uit de lucht vallen. Er is gedrag voor nodig om depressie- of verslavingsgevoelig te worden.

Voor zowel de langerdurende als voor de kortdurende variant van depri/dips geldt dat er sprake is van een omslagpunt: de periode toen er nog geen sprake was van depressiviteit of dips. Het omslagpunt bij een depressiviteit is groter (langer) doordat systematisch en structureel signalen van het lichaam niet serieus worden genomen. Ook voor mensen met een burn-out geldt dat ze allerlei signalen negeerden of niet serieus namen, onbewust ingegeven door hun patronen van vroeger.

Net zoals een burn-out bouw je een depressiviteit op. Als je maar lang genoeg doorgaat, kun je een burn-out, een depressiviteit of bijvoorbeeld een chronische vermoeidheid opbouwen. Zo heb ik destijds een burn-out opgebouwd en nadat ik daarvan was hersteld, kwam ik erachter dat ik relatieverslaafd was. Ik kon toen nog net een depressiviteit voorkomen door mijn gedrag te veranderen, wat overigens ook nodig was om te herstellen van mijn relatieverslaving.

Elke verandering in je gemoedstoestand wordt ergens door veroorzaakt. Ik noem dat triggers. Onze gemoedstoestand wordt voornamelijk of geheel aangestuurd door stofjes in onze hersenen. Door je eigen gedrag te veranderen, kun je die stofjes beïnvloeden. Je kunt die stofjes positief beïnvloeden én je kunt voorkomen dat die stofjes jou negatief beïnvloeden.

Je zult merken hoezeer jouw patronen van vroeger zijn ingesleten. Gelukkig kunnen we door nieuw gedrag nieuwe hersenverbindingen aanmaken, waardoor de hersenverbindingen die jouw oude patronen nog voeden, minder sterk worden, waarna ze uiteindelijk verdwijnen. Hierdoor kun je ongewenst gedrag loslaten. Een heel goede manier en zelfs noodzakelijke manier voor het loslaten van ongewenste gedragspatronen is door er tegelijkertijd nieuw gedrag voor in de plaats aan te leren.

Voor mensen die depressief of burn-out zijn of chronische vermoeidheid hebben, is een stuk zelfinzicht nodig, die zij waarschijnlijk niet zelf kunnen doen, omdat ze vanuit hun blinde vlekken vanuit hun jeugd leven, en het woord ‘blinde vlek’ geeft al aan dat ze die niet bij zichzelf kunnen ontdekken. Onbedoeld en onbewust houden ze hun eigen blinde vlekken, in de vorm van patronen van vroeger, vrijwel iedere dag in stand. Het is naar mijn mening deze systematische en structurele zelfverloochening waardoor hun ziekte is ontstaan en waardoor ze die nog dagelijks in stand houden. Van deze systematische en structurele zelfverloochening konden ze geen weet hebben, omdat ze leefden vanuit de patronen die ze tijdens hun jeugd hadden meegekregen.

Voor mensen die terugkerende dips willen loslaten, is het mogelijk om zelf de omslagpunten te leren herkennen. Met een omslagpunt bedoel ik het verschil tussen een goed humeur en een dip. Op enig moment had je nog een goed humeur en op een ander moment heb je een dip. Of omgekeerd: op enig moment had je een dip en op een volgend moment heb je een goed humeur. Tussen die verschillende gemoedstoestanden is er iets gebeurd. Ik noem dat het omslagpunt. Dat omslagpunt is veroorzaakt door iets. Ik noem dat de trigger. Het is dus een trigger die een omslag in jouw gemoedstoestand veroorzaakt. Dat het dat doet, komt omdat het op de een of andere manier een associatie heeft met iets van vroeger, uit jouw jeugd. Dat is de reden dat het voor depressiviteit, burn-out of een chronische vermoeidheid nodig is om hier inzicht in te krijgen.

Ik ben voor mijzelf destijds aan de slag gegaan om mijn eigen wisselingen in mijn gemoedstoestand te normaliseren. Ik kreeg zo inzicht in die omslagpunten en in die triggers. Je krijgt dan inzicht in zowel de positieve triggers (die bij jou een goed humeur veroorzaken) als wel  in de negatieve triggers (die bij jou voor een dip zorgen). Je hebt vooral veel negatieve triggers, anders zou je niet dips hebben. Mensen die burn-out, depressiefof chronisch vermoeid zijn hebben, naar mijn mening,  heel veel dips gehad en die, vanuit hun patronen van vroeger, onbewust en onbedoeld genegeerd of niet serieus genomen. Bovendien ontberen ze de benodigde vaardigheden om voldoende positieve triggers te krijgen of te organiseren.

Om inzicht te krijgen in de omslagpunten, is het nodig dat je inzicht krijgt in je dagelijkse gemoedstoestand.  Die moet je daarom over een langere tijd driemaal daags bijhouden. Ik deed dat ‘s ochtends na het opstaan, ‘s middags rond lunchtijd en ‘s avonds voor het naar bed gaan. Ik deed dat aan de hand van de volgende scores:

minmin, min, plusmin, plus en plusplus.

Dus:   —   –   ±   +   ++.

Ik heb dat destijds aanvankelijk drie maanden bijgehouden en zo kon ik per dag zien hoe mijn gemoedstoestand schommelde. Zo zag ik de vele omslagmomenten waarin ik kennelijk van een goede gemoedstoestand naar een minder goede of slechte gemoedstoestand ging. Ik had veel minmin’s, met soms een ± en heel af en toen een +. Ik zat toen nog midden in mijn burn-out en kon de oorzaken en gevolgen daarvan nog lang niet overzien. Ik zat er nog middenin en iedereen met burn-out weet dat je allesbehalve overzicht hebt. Dat is logisch, weet ik nu, omdat je je eigen patronen van vroeger niet kent en omdat je ook niet weet van uit welke blinde vlekken je gehandeld hebt en nog handelt.

Belangrijk hierbij was dat ik wist dat mijn gemoedstoestand een logisch gevolg was van iets, waardoor ik het niet veroordeelde. Ik wist dat mijn gevoel logisch en terecht was. Ik wist alleen nog niet waarvoor het logisch en terecht was en waarom ik op die bepaalde momenten dips had. Dat wilde ik juist gaan uitzoeken met behulp van het bijhouden van die scores. Ik heb mijn slechte gemoedstoestand dus niet veroordeeld of iets dergelijks; het mocht er dus zijn, hoe vervelend het ook was.

Nu ik dit schrijf zou het kunnen zijn dat mensen die een depressiviteit ontwikkelen, zich ook nog eens veroordelen voor het hebben van een negatieve gemoedstoestand. Dan heb je als het ware ‘dubbele straf’: je hebt al een rotgevoel én gaat dat zelf (vanuit patronen van vroeger) zitten veroordelen.

Het was sowieso de eerste keer in mijn leven dat ik zo bezig was om na te denken over mijn gemoedstoestand, iets wat ook al veelzeggend was, realiseerde ik me. Ik leerde stil te staan bij mijn gevoel en om deze te benoemen of in ieder geval te scoren. Dat was compleet nieuw gedrag voor mij. Ik was tenslotte niet voor niets burn-out geworden.

Ten tweede kreeg ik zo een schitterend inzicht in de schommelingen in mijn gemoedstoestand. Ook dat was nieuw voor mij.

Ten derde kreeg ik inzicht in wanneer ik van de ene gemoedstoestand overging in een andere gemoedstoestand, zowel van goed naar slecht als van slecht naar goed. Ik zag zo de omslagmomenten. Nu moest ik nog de triggers ontdekken die daar aan ten grondslag lagen, die dus die omslagmomenten veroorzaakten.

Omdat het ‘voelen’ hoe ik me voelde, na een maand of drie normaal gedrag voor mij was geworden, slaagde ik er steeds beter in om een omslagmoment te bemerken kort nadat het had plaatsgevonden. Door te kijken wat daar vlak aan voor af was gegaan, ontdekte ik de triggers. Deze triggers zijn uniek voor iedereen en kunnen variëren van een opmerking, tot een deuntje die je hoort, tot een activiteit, etc. De triggers kunnen alles en iedereen zijn. Dat weet ik omdat ik na de grootste trigger de grotere en vervolgens de iets minder grote etc ben gaan opsporen. Ik kwam er achter dat een grote trigger op dat moment een bepaalde cursus was die ik op de pc moest doen. Voor kenners: de cursus SPSS: een cursus statistiek op de computer. Toen ik het doorkreeg, kon ik in mijn overzicht met gemoedstoestand en in mijn studieschema exact mijn dips halen.

Door het loslaten van deze cursus ben ik er naderhand achtergekomen dat de oorzaak van mijn dips niet de cursus zelf zijn, maar patronen van vroeger. Voor mij was dat, ten aanzien van deze cursus, controleverlies en afwijzing.

Nu vraag je je misschien af: hoe kan het dat je dat dan op dat moment niet voelt? Dat is het subtiel misleidende van depressiviteit en van dips en van burn-out en chronische vermoeidheid: het gaat zo sluipend. Bovendien heb je dat tot dan toe altijd genegeerd of niet serieus genomen. Dat heb je, onbewust en onbedoeld, op allerlei verschillende manieren gedaan, die voor iedereen verschillen. Feitelijk zijn het jouw overlevingsmechanismen en beschermingsmaatregelen uit jouw jeugd (die ik ‘patronen van vroeger’ noem) die maken dat je je dips, depressiviteit, burn-out en bv chronische vermoeidheid in de loop van de tijd ontwikkelt en zelf opbouwt. Ik zeg altijd: Dat is het goede nieuws (dat je het zelf opbouwt),  want dan kun je dat ook zelf veranderen.

Toen ik een belangrijke trigger had ontdekt (die cursus), moest ik er natuurlijk wat mee, want ik wilde wel van mijn dips af. Ik moest dus die cursus loslaten. Ik deed die cursus voor mijn universitaire studie. Ik heb nog een poos tegengesparteld en toch mijn oude overlevingsmechanismen ingezet, zoals doorzettingsvermogen en discipline, maar mijn lichaam loog niet. Het ging niet beter met me,  maar slechter. Op enig moment kwam ik tot de conclusie dat ik een keuze moest maken: wilde ik drs. worden ten kosten van mijn gezondheid? Die vraag stellen is hem eigenlijk voor jezelf al beantwoorden. Toen ik bedacht dat ik niets aan die titel had als ik me ongelukkig voelde en niet lekker in mijn vel zat, was ik in staat om te stoppen met die cursus. Ik stopte eerst met mijn studie-uren. Daarna, op het moment dat ik het aankon, schreef ik de universiteit een brief waarin ik formeel aangaf dat ik de cursus voortijdig beëindigde. En twee jaar nadien kon ik het opbrengen om definitief met mijn universitaire studie te stoppen. Er zat niets anders op, omdat het een verplichte cursus betrof. Ik deed dat loslaten dus elke keer op gevoel, waardoor ik elke keer het juiste moment afwachtte: dat ik het aankon.

Toen ik dat gedaan had, merkte ik waarom ik er onbewust toch zo lang mee was doorgegaan: status, aanzien. Dergelijke onderliggende motieven en drijfveren verschillen per persoon en per situatie. Ik zou de enige in mijn familie zijn geweest, van vaders en van moederskant, die een drs. titel zou hebben gehaald. Die gedachte had ik nooit bewust gehad. Toen ik echter die cursus en dus mijn aspiraties om af te studeren moest loslaten, bleek mij dat status/aanzien mijn onderliggende drijfveer was geweest om toch zo te volharden met die cursus, die ik van het begin af aan helemaal niet leuk had gevonden en als een noodzakelijk kwaad had gezien voor het behalen van mijn titel.

Ik had nu een van mijn grootste triggers geëlimineerd. Omdat het zo goed werkte voor mijn gemoedstoestand, bleef ik doorgaan met het dag in dag uit bijhouden van mijn gemoedstoestand en humeur. Ik kreeg inzichtelijk wanneer en waardoor mijn gemoedstoestand ten negatieve of ten positieve veranderde. Ik ging de negatieve triggers een voor een uit mijn leven verwijderen en zorgde ervoor dat de positieve triggers vaker in mijn leven voorkwamen. Triggers (negatief en positief) konden telefoontjes zijn, of contact met mensen, of activiteiten. Ik wist dat mijn gevoel niet loog en liet twee vriendinnen gaan door er niet meer in te investeren. Andere vriendschappelijke contacten ging ik alleen aan als het helemaal goed voelde.

Tot op de dag van vandaag leef ik op mijn gevoel. Ik hoef nu niet meer mijn gemoedstoestand bij te houden, want na jarenlange oefening voel ik nu meteen of iets wel of niet goed voelt en dus of iets wel of niet goed voor me is. Dingen die niet goed voelen, doe ik niet.

Als er toch een keer van ‘moeten’ sprake is, doe ik ze op een moment dat ik me er redelijk bij voel. Het feit dat ik de keuze heb om iets wat ik niet leuk vind maar wat toch gedaan moet worden nu of straks of morgen of volgende week te doen, maakt dat er op enig moment toch een redelijk gevoel ontstaat bij die klussen. En de dingen waar ik me niet of moeilijk toe kan zetten, doe ik in de kleinst mogelijke deelactiviteiten, waardoor ook die sneller dan verwacht gedaan zijn.

Een manier om met iets aan de slag te gaan wat je wel leuk vindt, maar waar je je toch niet toe kunt zetten, is om de voorbereidingen los te koppelen van de uitvoering. Als je bijvoorbeeld graag een brief wilt schrijven of een cursus wilt bestellen of een reis wilt boeken, enz. en je kunt je er niet toe zetten, dan doe je alleen de voorbereidende handelingen. Meer niet. Dit is een manier om bijvoorbeeld je faalangst en om je perfectionisme om de tuin te leiden, want je doet het toch gewoon voor jezelf. Als je de uitvoering niet doet, is die faalangst en jouw perfectionisme er niet of in ieder geval lang niet zo veel dan wanneer je weet dat het op enig moment verstuurd gaat worden. Dan worden de voorbereidingen doel op zich.

Het luisteren naar je gevoel heeft consequenties, omdat je sommige mensen en activiteiten moet loslaten om te herstellen. Die dips heb je tenslotte niet voor niets. Je zult je op enig moment de vraag moeten stellen: is contact met hem of haar of is mijn huidige werk of die training of cursus of activiteit belangrijker dan mijn (emotionele) gezondheid? Dat is een vraag die je tot dan toe je hele leven voor je uit hebt geschoven. Dat deed je onbewust vanuit je patronen van vroeger.

Ik heb geleerd dat Loslaten = Krijgen. Elke keer als ik iets of iemand losliet, kreeg ik er een veel betere situatie voor terug. Omdat ik elke keer op mijn gevoel afging. Mede doordat ik die cursus en andere gedragsaspecten kon loslaten, ben ik hersteld van mijn burn-out. Ik ben natuurlijk op veel meer fronten aan de slag gegaan (mijn piekergedrag doorbreken, leren om naar mijn gevoel te gaan, oefenen met angst voor afwijzing, mijn impulsieve gedrag afleren, mijn controlegedrag afleren, etc.) en elke keer leverde het loslaten me zonder uitzondering een veel betere situatie op. Ik ben naderhand alsnog afgestudeerd, iets wat absoluut onmogelijk zou zijn geweest als ik in mijn zelfdiscipline zou hebben volhard.

Toen ik noodgedwongen mijn koophuis moest verkopen omdat ik de hypotheek niet meer zou kunnen opbrengen, besloot ik terug te gaan naar de Veluwe, gewoon omdat ik dat diep in mijn hart het liefst wilde. Zonder de crisis zou ik dat nooit gedaan hebben. Ik ben niet de crisis dankbaar, maar wat ik er zelf mee gedaan heb door naar mijn gevoel te luisteren. Ik weet inmiddels daardoor ook wat mij onbewust daar had weggehouden en ook dat had met mijn patronen van vroeger te maken.

Ik had destijds besloten om al mijn tijd te investeren in Loslaten.Nu en in Eendaagse Coachingen, gewoon omdat dat was wat ik het liefst wilde doen. Doordat ik mijn passie volgde, kwamen er marketingtrainingen op mijn pad (toeval bestaat niet; het valt je toe) die er voor zorgden dat ik eindelijk in staat was te leren om mijn doelgroep te bereiken. En 20 maanden nadat ik mijn huis verkocht had, had ik mijn doorbraak en kon ik  leven van mijn werk. Ik woonwaar ik het liefst wil wonen en ik doe wat ik het liefst wil doen.

Kortom: Ons gevoel liegt niet. Om er naar te durven en te kunnen luisteren is het nodig om inzicht te krijgen in je patronen van vroeger, omdat dat jouw onbewuste belemmeringen zijn om gezond en gelukkig te zijn.

[contentblock id=3 img=gcb.png] [contentblock id=4 img=gcb.png] [contentblock id=5 img=gcb.png]