Loslaten van een gebrek aan zelfvertrouwen

Veel mensen ervaren een gebrek aan zelfvertrouwen, een laag zelfbeeld of minderwaardigheidsgevoelens. De uitingsvormen hiervan zijn zeer gevarieerd.

Niemand geeft om mij. Als ik iemand zie bij wie ik graag in de buurt ben en ze loopt met iemand anders, dan schiet ik meteen in het gevoel van: ‘Dit zal ze met mij nooit doen, niemand geeft om mij want ik heb niets toe te voegen, ik loop alleen te zeuren, waarom moet ik altijd vechten om mijn hoofd boven water te houden’. Ik trek me terug en wil weg omdat ik bang ben als ik er naar toe loop de kous op mijn kop te krijgen. Ik voel me altijd klein worden en zou graag ergens stilletjes in een hoekje willen kruipen want daar is de wereld veilig. Het voelt alsof ik niet mag bestaan.”

Volgen hieronder concrete voorbeelden van diverse vormen van een gebrek aan zelfvertrouwen, een laag zelfbeeld of minderwaardigheidsgevoelens. Het is geen limitatieve (complete) lijst; het zijn voorbeelden van hoe het er uit kan zien en waardoor het kan ontstaan.

“Ik ben iemand met weinig zelfvertrouwen.” Je hebt in feite nooit vertrouwen kunnen opbouwen. Jouw moeder was overbeschermend naar je en ze deed alles voor je, ze nam je alles uit handen. Dat je nu weinig zelfvertrouwen hebt is dan niet zo gek. Je haalt nu het vertrouwen in jezelf bij anderen vandaan. Je hebt bevestiging van anderen nodig.

“Ik verwacht dat ik anderen kan vertrouwen.” Het kan niet anders dan dat je daar in teleurgesteld raakt. Het gaat er echter niet om dat anderen nooit te vertrouwen zijn, maar dat je jouw eigen waarnemingen over andere mensen niet meer vertrouwt. De voedingsbron daarvan zit in vroeger.

“Ik wil ergens prat op kunnen gaan.” Dit levert een bijdrage aan jouw zelfvertrouwen. Ergens prat op kunnen gaan, doe je in relatie tot anderen. Daar heb je anderen voor nodig. Hieruit maak ik op dat je alleen dingen kunt doen die door anderen positief beoordeeld kunnen worden. Dat is de reden dat je inbouwt dat je van jezelf iets perfect moet kunnen, voordat je er aan begint.

“Ik ben het niet waard.” Die boodschap heb je meerdere malen tijdens je jeugd meegekregen en komt door het emotioneel misbruik. Omdat je ook nooit aandacht, waardering, erkenning of bevestiging hebt gekregen, en dus affectief verwaarloosd bent, ben je erin gaan geloven dat je het niet waard bent. En nu gedraag je je er nog steeds naar.

“Een ander is altijd beter dan ik.” Je vond dat je geen goede student was, omdat je niet de kennis had die anderen wel hadden. Je hebt ongetwijfeld kennis die anderen niet hebben. “Ik was niet trots op mezelf. Ik vond mezelf een ondermaatse student. Ik wist niet eens wie Freud was.” Dat blijkt vóór je studie te zijn geweest, daarna wist je wel wie Freud was. Doe je nou niet net die studie omdat je juist wil leren over onder andere Freud? Het gaat dus niet zozeer om gebrek aan kennis. Je veroordeelt jezelf en het is die veroordeling die je tijdens je jeugd hebt meegekregen.

“Ik was niet goed genoeg voor mijn ouders.” En nu ben je voor jouw gevoel niet goed genoeg voor je vriendin.

“Waar komt mijn gevoel vandaan dat ik niet goed genoeg ben?” Je hebt enerzijds niet de bevestiging, erkenning, waardering en aandacht, het goed zijn zoals je bent, het serieus genomen worden, er toe doen, er mogen zijn, en dergelijke, gekregen waar je als kind recht op en behoefte aan had. Daarnaast heb je allerlei verbale en non-verbale boodschappen gekregen van je moeder dat het niet goed was zoals je was. Daarmee heeft ze je iedere keer weer laten weten dat je het niet goed doet. Tenslotte is het emotioneel misbruik een grote veroorzaker, omdat je ondanks dat je het opneemt voor je moeder, merkt dat de situatie niet verandert. Dit is tevens de reden dat je zo doorgaat met een partner, ondanks dat je partner al signalen afgeeft die wijzen op een einde van de relatie.

“Ik heb het idee dat ik niet goed genoeg ben. Dat idee krijg ik nog steeds, door mijn vriend.” Je hebt vanuit je jeugd veel ‘negatieve boodschappen’ gekregen. Vanuit die patronen vanuit onze jeugd doen we later onze partnerkeuze. Als je vroeger veel bent afgewezen, zul je op een partner vallen die jou ook veel afwijst. We herhalen zo, onbewust en onbedoeld, onze patronen van vroeger, omdat we niet anders weten en omdat we die patronen van vroeger herkennen.

“Ik ben het niet waard.” Zo laat je je inderdaad nog behandelen door hem. Het ligt volgens hem allemaal aan jou. Hij heeft geen enkel besef van zijn eigen aandeel, waardoor hij jou laat merken dat het allemaal aan jou ligt. Vanuit jouw jeugd laat jij je dit nog steeds aanleunen en ben je er zelf inmiddels in gaan geloven. Vandaar dat je het je ook laat aanleunen.

“Ik kan het nooit goed doen.” Er zit iets paradoxaals in zijn gedrag: hij kan het niet hebben dat jij relaxt gedrag vertoont. Als jij in het weekend bij hem komt, werkt hij hard, iets waar jij begrip voor toont. Hij vertoont dit werkgedrag echter zodat hij niet echt met jou hoeft te verkeren. En vervolgens verwijt hij jou je relaxte gedrag, iets wat hij diep in zijn hart waarschijnlijk ook wel zou willen, maar dat niet kan, want dan moet hij met jou verkeren. Hij gebruikt zijn werken als een vlucht voor emotionele binding en hoe jij het ook doet: je kunt het niet goed doen. Je kon het vroeger nooit goed doen en je kunt het nu nog niet goed doen. Je bent vroeger onderdeel geweest van machtsspelletjes van je ouders en nu speel je die machtsspelletjes zelf en láát je machtsspelletjes met je spelen. Je zult eerst moeten leren die machtsspelletjes bij jezelf te herkennen en vervolgens ermee te stoppen.

“Of ik zeg het volgens hem niet goed, of niet op het goede moment.” Het komt altijd weer op jouw bordje. Net zoals vroeger zul je het nooit goed kunnen doen. Het is jouw geschiedenis dat hoe meer hij jou afwijst, des te meer jij zal pleasen en het zal willen goedmaken, om hem maar niet te verliezen.Als je wel naar hem reageert, voel je je schuldig, omdat je denkt dat je het niet goed hebt gedaan. Je bent bang dat de tekst niet goed is, of dat er iets aan ontbreekt. Je bent heel veel met zijn reacties bezig en bent, net zoals in je jeugd ten opzichte van je ouders, al bezig aan het anticiperen op alle mogelijke reacties van zijn kant. En als je niet reageert, voel je je ook schuldig, dat het je verweten kan worden dat je niet gereageerd hebt. Vroeger werd jou ook van alles verweten. Daarom viel je ook op hem: het kwam je onbewust bekend voor dat iemand je alles kan blijven verwijten. Je bent bang dat je het terug krijgt op je bordje, of dat je helemaal geen reactie krijgt, of dat hij er niets van begrijpt. Alles is een verwijt aan jou. Ook als er niets gebeurt, ben je bang. Dit is bijna obsessief te noemen en logisch vanuit jouw jeugd. Het is een herhaling van jouw jeugd en hij heeft de plaats van jouw ouders ingenomen. Zoals je vroeger jouw ouders aan het pleasen was om zo hun boosheid, hun afwijzing en hun negeren te voorkómen, zo ben je nu je vriend aan het pleasen om zijn reacties te voorkomen.

“Hij zeikt me af.” Je liet je afzeiken. Je zult het inderdaad niet goed doen voor hem. Hij zeikt je af, haalt je naar beneden, hij is denigrerend en behandelt je respectloos. Je liet je afzeiken, naar beneden halen en denigrerend en respectloos behandelen. De voedingsbron hiervan zit in jouw jeugd. “Ik snapte het niet en lachte het weg. Ik heb hem gepleast. Ik was bang voor zijn gif.”

“Ik heb een negatief denkpatroon. ‘Het zal wel weer fout gaan’. Ik durf te bungee jumpen, maar als ik spring, gaat het fout.”

“Ik ben niks. Ik ben ook niet goed genoeg zoals ik ben.” Ik kan me indenken dat je dat bent gaan geloven. Dit heeft zijn voedingsbodem in vroeger en daardoor wist je niet anders, ben je jezelf als zodanig gaan gedragen en zoek je onbewust partners die dat bij jou bevestigen.

Ik ben hem dus eigenlijk heel negatief gaan zien. Jouw rapportage maakt dat ik dit (waarschijnlijk) onterecht zo heb gezien.’ Vanuit jouw vroegere patronen is het logisch dat je je ex-vriend als heel negatief ging zien. Hoe je naar anderen kijkt, is een projectie van jezelf. Juist door jezelf beter te leren begrijpen, kun je anderen beter begrijpen. Je kunt ook pas anderen begrijpen, als je jezelf begrijpt. Alleen datgene wat je bij jezelf herkent, kun je, daarná, bij anderen herkennen. Daarom kun je, als je er voor openstaat, zo veel leren in contacten met anderen. Het is de grote kunst om de aandacht niet meer op de ander te richten, maar op jezelf: wat doet het met mij, wat voor gevoel geeft de ander mij? In plaats van ‘hoe kom ik over op de ander?’ of ‘wat vindt de ander van mij?’

Je hebt nu ook geen reëel zelfbeeld, maar dat komt niet alleen door jouw jeugd. Jouw vriend heeft naast zijn irreële zelfbeeld vanuit zijn jeugd ook nog eens zijn Asperger, wat het allemaal vertroebelt en diffuus maakt, want wat is nou zijn Asperger en wat is zijn jeugd? Maar: een belangrijke levensles is:  om niet te blijven verklaren en om niet naar oorzaken van zijn gedrag te blijven zoeken, maar om daarentegen  te leren kijken naar wat de resultáten van zijn gedrag zijn en om vervolgens te kijken wat dat met jóu doet. Zijn Asperger maakt het beperkt mogelijk dat hij, zoals jij aan het doen bent, met zichzelf aan de slag gaat. Zijn Asperger kan hij namelijk niet veranderen  op zijn hoogst kan hij proberen er mee te leren omgaan, maar inlevend vermogen en emotionele binding van zijn kant uit zullen onmogelijk blijven. Een lezenswaardig boekje waarin zowel de mogelijkheden als de beperkingen worden aangegeven van het leven met een partner die (aspecten van) Asperger heeft, is ‘Als je partner Asperger heeft’, van Maxine C. Aston.

In mijn volgende blog geef ik aan wat er voor nodig is voor het loslaten van  je gebrek aan zelfvertrouwen, je lage zelfbeeld of je minderwaardigheidsgevoelens.

Kortom: gebrek aan zelfvertrouwen heeft vele uitingsvormen en de oorzaak ervan zit in je jeugd. Niemand is geboren met gebrek aan zelfvertrouwen. De oorzaken kunnen zeer divers zijn en zijn dat ook. Zodra je inzicht hebt in waardoor en hoe je gebrek aan zelfvertrouwen tijdens jouw jeugd is ontstaan, kun je dat gedrag ook feitelijk loslaten en er nieuw gedrag voor in de plaats leren. Daardoor is het mogelijk om alsnog zelfvertrouwen te ontwikkelen.

Ik heb een Videojaarprogramma ontwikkeld met de TOP 15 aspecten waar mensen, die willen loslaten, last van hebben: Piekeren, Angst en paniek, Depressieve gevoelens/dips/down/neerslachtigheid/gedeprimeerdheid, Eenzaamheid/leegte/gemis, Slecht slapen, Stress/spanning, Burn-out/overspannenheid/overwerkt, Vermoeidheid/ futloosheid/energiegebrek, Gebrek aan zelfvertrouwen/negatief zelfbeeld/minderwaardigheidsgevoel, Besluiteloosheid/niet kunnen kiezen/twijfel/spijt/dilemma/geen actie ondernemen, Geen grenzen aan kunnen geven/geen Nee kunnen zeggen/pleasegedrag, Schaamte en schuldgevoel, Boosheid/agressie/frustratie/ergernissen, Emotionele pijn, Niet kunnen genieten/niet de zin van het leven weten/niet gelukkig zijn/niet weten wie je bent.

Over elk van de symptomen leer je wat het is, hoe het ontstaat en hoe jij het kwijt kunt raken.

‘Je video heeft me meer gedaan dan de psychiater, psychotherapeut en psycholoog in het verleden.’
‘Je geeft concrete en praktische tips om er vanaf te komen’

De eerste video, over Piekeren, kun je hier gratis en vrijblijvend bekijken, om te kijken of het Videojaarprogramma iets voor je is. Meer informatie over het Videojaarprogramma of het Videojaarprogramma direct bestellen kan hier.

Mijn boek Stop liefdesverdriet gaat over jouw eigen aandeel in jouw relatie en wat je daarin zelf ten goede kunt veranderen (290 pagina’s, 24,95 euro). Ook kun je lezen hoe we tot onze partnerkeuze komen en wat de invloed daarvan is op je leven. Je kunt een Gratis Probeerversie (38 pagina’s) downloaden, met de Cover, Inleiding, Inhoudsopgave, Tekst en de Achterzijde kaft.

‘Je geeft veel concrete tips en dat vind ik zeer waardevol!’

Hier vind je de Gratis Probeerversie en hier kun je het boek ook  aanschaffen.
Makkelijk bestellen (geen verzendkosten) kan hier. 

Hartelijke groeten,

Ammy van Bedaf MSc

Universitair geschoolde psycholoog

Cognitieve gedragstherapie

info@loslaten.nu          06-53 65 13 59          www.loslaten.nu

Lidmaatschapsnummer Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP) 213178