Loslaten houdt in dat je emotioneel gezond gedrag ontwikkelt

Voor het ontwikkelen van emotioneel gezond gedrag is het nodig dat je emotioneel pijnlijk en onrust veroorzakend gedrag afleert en er nieuw en gezond gedrag voor in de plaats aanleert.

Dat mensen last hebben van emotionele pijn of onrust in relaties, of dat ze last hebben van bijvoorbeeld pleasegedrag, perfectionisme, een te groot verantwoordelijkheidsgevoel, controlegedrag, schuldgevoel, schaamtegevoel, geen voldoening gevende contacten met gezins- of familieleden, spanning of stress op het werk, overspannenheid of burn-out, piekeren en malen, angst voor afwijzing, depressieve gevoelens, verslavingsgedrag, vermoeidheid/futloosheid/moedeloosheid, angst of paniek, het geen of moeilijk contacten kunnen leggen, het geen vriendschappen kunnen aangaan of onderhouden, eenzaamheid of een gevoel van leegte, het geen keuzes kunnen /durven maken, en dergelijke, heeft zijn oorzaak in patronen van vroeger.

Patronen van vroeger betreffen (naast het meer ‘zichtbare’ lichamelijke mishandeling en seksueel misbruik): de onzichtbare patronen van affectieve verwaarlozing, emotioneel misbruik en/of geestelijke mishandeling, getuige hiervan zijn en pedagogische verwaarlozing en mishandeling.

Affectieve verwaarlozing houdt in dat je geen aandacht, waardering, erkenning, bevestiging, troost en aanmoediging hebt gehad en dat je niet het gevoel had dat je er mocht zijn en dat je serieus genomen werd en dat je je gehoord voelde. Een kind heeft behoefte aan en recht op deze affectieve aspecten. Niet alle ouders zijn echter in staat dit aan hun kinderen te geven.

Emotioneel misbruik is als die emotionele voeding (aandacht, waardering, erkenning, bevestiging, troost, en dergelijke) niet van de ouder naar het kind gaat (zoals het hoort), maar in de omgekeerde richting van het kind naar de ouder gaat. Dat gebeurt als het kind op de een of andere manier met de ouder te doen heeft. Alle huwelijken van ouders van mensen met (psychische) problemen zoals o.a. hierboven is aangegeven zijn ongelijkwaardig, dat wil zeggen dat er een dominante(re) ouder en een ondergeschikte(re) ouders is. Het is meestal de ondergeschikte ouder waar het kind mee te doen heeft. Een kind dat te doen heeft met een van de eigen ouders, gaat zichzelf ontzien en wegcijferen. Als een kind ziet dat een van de ouders het niet aan kan, is dat bedreigend voor het kind. Het kind kan dan niet anders dan de ouder helpen. Door het zichzelf te ontzien en weg te cijferen én door de zich dan ontwikkelende helperrol kan het kind geen kind zijn. Later zal dit kind, omdat het hem of haar bekend voorkomt, ook de partner willen redden en helpen en verzorgen en zonder dat het dat door heeft zal het zich daarom  aangetrokken voelen tot iemand die op de een of andere manier aandoenlijk, vertederend of hulpbehoevend overkomt. Vandaar dat dit kind later zelf ook weer een ongelijkwaardige relatie aangaat waarin een van beiden een dominante(re) rol aanneemt en de ander een ondergeschikte(re) rol aanneemt. De geschiedenis herhaalt zich en dat gaat van de ene generatie over op de andere generatie. Ook de oma en de opa van zowel vaderskant als van moederskant van dit kind hadden (zeer) waarschijnlijk een ongelijkwaardige en onevenwichtige relatie.

Geestelijke mishandeling betreft alle vormen van het naar beneden gehaald worden, het niet goed (genoeg) zijn, het niet deugen. Geestelijke mishandeling vindt zowel non-verbaal als verbaal plaats.

Pedagogische verwaarlozing houdt in dat de ouders geen interesse tonen voor schoolprestaties of voor interesses of bezigheden van het kind. Pedagogische mishandeling houdt in het kind niet de eigen opleidings en/of beroepskeuze heeft kunnen doen.

Het getuige zijn van fysiek of verbaal geweld is voor een kind net zo beschadigend als het zelf onderdaan van dit geweld. Hersenonderzoek heeft aangetoond dat bij een kind dezelfde hersengebieden oplichten als het getuige is van fysiek of verbaal geweld als wanneer het dit fysieke of verbale geweld zelf ondergaat. Wat een volwassene wel kan: onderscheid maken tussen de ander en zichzelf voor wat betreft het geweld, kan een kind kennelijk nog niet (voldoende).

Omdat emotioneel misbruik een gevolg is van affectieve verwaarlozing vinden deze vormen altijd samen plaats: iemand die affectief verwaarloosd is, is ook emotioneel misbruikt en andersom.

In 98% van de gevallen vindt, als er sprake is van affectieve verwaarlozing en emotioneel misbruik, ook geestelijke mishandeling plaats. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat 40% van de huidige volwassenen op de een of andere vorm te maken heeft gehad met deze vormen van kindermishandeling en dat van die 40% de helft (dus 20%) daar weet van heeft en dat de andere helft (dus ook 20%) daar geen weet van heeft.

In alle gevallen dat er sprake is van lichamelijke mishandeling of van seksueel misbruik, is er ook sprake van affectieve verwaarlozing, emotioneel misbruik en geestelijke mishandeling.

Ik krijg regelmatig de vraag hoe emotioneel gezond en emotioneel volwassen gedrag eruit ziet. Naar mijn mening is van emotioneel gezond en volwassen gedrag sprake als iemand:

Verantwoordelijkheid neemt voor diens eigen gedrag in plaats van de oorzaak bij iemand anders te leggen;

Naar het eigen aandeel kijkt in een situatie of gebeurtenis;

Illusies over de eigen ouders en over de eigen opvoeding en daardoor over de eigen partner(s) heeft doorgeprikt;

Intuïtief in plaats van impulsief gedrag vertoont;

Weet hoe om te gaan met emoties als eenzaamheid/leegte, verdriet, boosheid en angst, waardoor deze verminderen en verdwijnen;

Daardoor voornamelijk of vrijwel alleen nog maar positieve emoties heeft;

Diens eigen grenzen kan aangeven;

Weet hoe met afwijzing om moet worden gegaan;

Anderen alleen helpt omdat men het zelf leuk vindt of omdat men het de ander gunt;

Gedrag vertoont dat qua inhoud en qua vorm congruent (in overeenstemming met elkaar) is;

Betrouwbaar gedrag vertoont;

Zich alsnog ontwikkelt en ontplooit;

Communiceert in de vorm van wensen in plaats van verwijten;

Communiceert in de vorm van open vragen in plaats van suggestieve en gesloten vragen;

Communiceert in tentatieve/veronderstellende manier;

Communiceert met gevoelsreflectie, dat wil zeggen emoties bij de ander herkent en benoemt, waardoor de ander zich gehoord en serieus genomen voelt;

Het verschil kent tussen een mening, een aanname/interpretatie en een feit én de keuze ervaart om een aanname/interpretatie te verifiëren;

Geduld kan tonen;

Inlevend vermogen heeft en aan kan voelen hoe iemand anders zich in een bepaalde situatie of op een bepaald moment zou kunnen voelen;

Doelgericht, functioneel en constructief handelt, door diens wensen na te streven met de mindset: Wat is er voor nodig om….?;

Begrip op kan brengen voor personen en situaties;

Weet wie hij/zij wil zijn, wat hij/zij wil zijn, hoe hij/zij wil zijn;

Oplossingsgericht denkt en bezig is en een mindset ontwikkelt: Hoe kan ik …..? Wat moet ik doen om….?

Het verschil weet tussen het Wat en het Hoe;

Weet wat diens interesses en passie is en deze naleeft, door de mindset: Wat wil ik? Wat vind ik prettig/fijn/leuk?;

In het Hier en Nu leeft, zonder emotionele pijn uit het verleden en zonder angst voor de toekomst.

Dit is een niet-limitatieve opsomming.

Dit gedrag wordt bereikt als iemand zich alsnog emotioneel opvoedt. Het jezelf alsnog emotioneel opvoeden is nodig om structureel van bovengenoemde problemen af te komen. Als het je, ondanks hulpverlening, tot nu toe niet gelukt is om tot de kern te komen en om je patronen te doorbreken, heb je nog geen volledig inzicht gekregen in je patronen van vroeger.

Voor het doorbreken van je patronen van vroeger is het nodig dat je inzicht hebt in de specifieke uitingsvormen van die patronen van vroeger en in de manier hoe jij die nu nog, onbewust en onbedoeld, zelf in stand houdt. Op grond daarvan kan ik je concrete handvatten geven hoe jij jouw ongezonde en pijn en onrust veroorzakende gedrag kunt afleren en hoe je er emotioneel gezond gedrag voor in de plaats kunt aanleren. Het zijn handvatten waarmee jij feitelijk de opgedane inzichten kunt integreren in jouw gedrag. Dat is namelijk nodig voor gedragsverandering. In een uitgebreide maatwerk rapportage staan alle opgedane inzichten, de concrete handvatten en hoe jij die feitelijk, in jouw specifieke situatie, in jouw gedrag kunt integreren. De nazorg is levenslang en je kunt me altijd vragen blijven stellen, ook over nieuwe situaties.

Kortom: om niet een leven te lijden maar te leiden en om te leven in plaats van te overleven, is het nodig inzicht te hebben in de specifieke uitingsvormen van jouw patronen van vroeger, in hoe je die nu nog zelf in stand houdt en in hoe je die zelf feitelijk kunt veranderen.

[contentblock id=3 img=gcb.png] [contentblock id=4 img=gcb.png] [contentblock id=5 img=gcb.png]