Emotioneel misbruik en loslaten

Onder kindermishandeling wordt mishandeling van kinderen ontstaan. Veronachtzaamd in deze term worden die mensen die nu volwassen zijn en als kind werden mishandeld. De definitie zou dan ook naar mijn mening moeten zijn: mishandeling van kinderen en van huidige volwassenen toen zij kind waren.

In eerdere blogs heb ik geschreven over affectieve verwaarlozing, lichamelijke mishandeling, psychische mishandeling en een speciale variant daarvan: cognitieve mishandeling.

Dit blog gaat over emotioneel misbruik. Daarvan is sprake als de emotionele voeding van het kind naar de ouder gaat in plaats van zoals het hoort: van de ouder naar het kind. Er is daarnaast van emotioneel misbruik sprake als een kind wordt ingezet in volwassen situaties.

Emotioneel misbruik wordt als zodanig niet genoemd als een van de categorieën van kindermishandeling. Mij is echter opgevallen dat affectieve verwaarlozing en emotioneel misbruik altijd samengaan. Het is de psychische verwaarlozing tijdens de jeugd die emotioneel behoeftig maakt; het is het emotioneel misbruik dat maakt op welke wijze daar invulling aan wordt gegeven. Ook het emotioneel misbruik wordt weer onbewust voortgezet in de eigen relatie(s) en doorgegeven aan de kinderen. Het is het emotioneel misbruik dat later in relaties voor de emotionele pijn en onrust en het gepieker zorgt.

Volgen hieronder concrete voorbeelden van emotioneel misbruik. Het zijn slechts voorbeelden, want de uitingsvormen van emotioneel misbruik zijn oneindig. Dit blog is veel langer dan gebruikelijk, om de grote verscheidenheid te laten zien van deze moeilijk herkenbare variant van kindermishandeling.

“Mijn vader overleed onverwachts in het ziekenhuis aan een hartstilstand. Ik was tien. Die nacht werd ik door mijn moeder uit bed gehaald en heb ik tot mijn zestiende bij haar in haar bed geslapen.”  Het initiatief kwam bij jouw moeder vandaan. Bovendien had jouw moeder het na een of twee nachten moeten beëindigen als het op jouw initiatief zou zijn geweest. Jouw moeder heeft het waarschijnlijk in verband met haar eigen gevoelens van eenzaamheid gedaan. Kinderen voelen die behoeftigheid feilloos aan. Op zo’n moment kan de moeder geen troost en aandacht aan haar kind bieden. De behoeften van het kind worden opgeofferd voor de behoeften van de moeder. De moeder is op dat moment geen moeder en het kind kan geen kind zijn. “Mijn moeder heeft veel gehuild. Was enorm verdrietig.” Het kind heeft te doen met de moeder en wil het troosten en helpen. Het kind zal merken dat het de ouder niet kan helpen en zal denken dat het aan haarzelf ligt. “Ik herinner me vaag pogingen om weer in mijn eigen bed te slapen, maar ik wilde mijn moeder geen verdriet doen. Ik had met haar te doen.” Hierdoor kunnen gevoelens van onmacht, schuld en faalangst ontstaan. “Als ik ‘s nachts wakker werd, merkte ik dat het bed naast me leeg was en ging ik naar beneden. Mijn moeder zat dan huilend in de kamer.” Later zullen de kinderen onbewust en onbedoeld op partners vallen die zij denken te kunnen beschermen, helpen, redden of verzorgen, waardoor ze geen emotioneel gelijkwaardige relatie zullen kunnen aangaan.

“Mijn vader ging de hele nacht weg. Ik werd dan uit mijn bed gehaald om te vragen of mijn vader alsjeblieft wilde blijven.” Je werd op deze manier ingezet in het conflict tussen je ouders. “Ik  deed het ook nog eens met tegenzin, want ik had liever dat mijn vader wegbleef. Ik deed het voor mijn moeder.”

“Mijn moeder beklaagde zich bij mij dat ze alles zelf heeft moeten uitzoeken.” Jij had daar part noch deel aan. “Ik begreep nooit waarom mijn moeder zoveel huilde. Ik was toen een jaar of dertien.” Kinderen worden met een blinde loyaliteit naar hun ouders geboren en als kinderen hun ouders zien huilen, willen ze hun ouders helpen, redden of verzorgen. Omdat kinderen dat niet kunnen, maakt het hen machteloos.

“Ik heb altijd met mijn moeder opgetrokken. Ze had heimwee naar mij toen ik verhuisde.” Ze heeft je nooit emotioneel los kunnen laten. En daardoor jij haar niet.

“Ik nam het op voor mijn moeder, omdat ik haar wilde beschermen tegen mijn vader.” Je offerde je op voor je moeder; je vond dat jouw vader beter tegen jou tekeer kon gaan dan tegen jouw moeder.

“Ik ging mijn moeder beschermen.” Je deed dat door in haar buurt te zijn en steeds bij haar te blijven. “Toen ze in verwachting was van mijn broertje probeerde ik haar te troosten en er voor haar te zijn. Ik had met mijn moeder te doen omdat ik zag dat ze heel verdrietig was. Ik zag haar treurnis, ondanks dat ze die probeerde te verbergen. Ik voelde ook de spanning en de stress omdat ze bang was voor mijn vader. Als er anderen waren, probeerde ze erg vrolijk te doen.”

“Als ik vroeg ‘Mam, hoe gaat het met je?’ antwoordde ze altijd ‘Goed’, terwijl ik zag dat dat niet zo was. Ik durfde niet door te vragen, bang voor het antwoord. Ik voelde me het dichtst bij haar als ze verdrietig was.” Dit patroon herhaal je naar je partner toe. “Ik ben bang dat ik mijn moeder nooit de liefde heb kunnen geven die ze nodig had.” Het is niet aan jou als dochter om dat te doen.

Je vond je moeder zielig. “Ik zag dat ze verdrietig en ongelukkig was. Ik zag dat omdat ze huilde of rode ogen had en omdat ze hoofdpijn had.” Jouw moeder pleaste jouw vader om geweldsexplosies te voorkomen. Je hebt zelf meegeholpen met dit pleasen door ervoor te zorgen dat alles opgeruimd was, iets wat je nog steeds in je relatie doet.

Je wist van de schulden van je ouders want jouw moeder besprak dit met jou en je hielp zelfs als kind met de stroombesparing. Jouw moeder besprak het vreemdgaan van je vader met jou. Dit mag ze niet met (haar) kinderen bespreken. Een uitzondering zou naar mijn mening alleen zijn als de kinderen er expliciet naar zouden vragen, maar dan nog zou ze het heel abstract en op de vlakte moeten houden. Nu ging het initiatief van haar uit.

“Mijn moeder besprak de problemen die ze met mijn vader had met mij.” Ze deelde met jou dat ze een moeilijke jeugd had gehad. Ze vertelde dat ze niet had mogen doorleren en hoe haar broertje het lievelingetje was geweest. Het gaf jou de indruk dat ze jou wilde laten merken dat zij het niet zo goed had gehad als jullie en dat ze het nu goed voor jullie deed. Ze klaagde. “Soms had ik met haar te doen.”

“Toen ik 16 jaar was, vertelde mijn moeder me dat ze nog bij elkaar waren vanwege de kinderen. Het geeft een bepaalde druk. Dat je er verantwoordelijk voor bent. Ik voelde mezelf hierdoor als bindende factor voor hun huwelijk.”

“Mijn moeder zat bij mij te lijmen, ik was negen jaar, dat ik niets van haar drinken en van de alcoholflessen aan mijn vader mocht vertellen.” Op deze manier ging ze een bondje met jou aan tegen haar man, jouw vader. Ze behandelt jou op dat moment als een volwassene, terwijl jij niets met haar problematiek kunt. Tegelijkertijd kun je geen kind zijn en ontkent ze op dat moment haar eigen moederrol naar jou toe. Daarnaast word jij uitgespeeld tegen je vader. Je laat je nu weer emotioneel misbruiken door je partner. “Het is toch je moeder.” Dat maakt het des te erger dat zij een bondje met je aanging.

Je vader vertelde jou dingen die je voor jouw moeder geheim moest houden. Hij ging een bondje, een pactje met je aan.

“Ik mocht niet boven mijn huiswerk maken maar moest beneden blijven omdat mijn moeder anders eenzaam zou zijn.”

“Mijn ouders konden elkaar negeren. Dan begon mijn moeder te huilen en mijn vader vervolgens ook. Mijn moeder zat jankend in bed en stapte jankend uit de auto.”

“Als mijn moeder belt, zegt ze op een jammertoon ‘Oh schatje, wat fijn dat je belt’.

“Als ik mijn moeder verdrietig zag, zei ze altijd ‘Er is niks‘.” Terwijl jij zag dat er wel degelijk wat aan de hand was. Of je wordt als kind gedwongen je eigen waarneming te ontkennen, of je ziet dat je moeder tegen je liegt. Omdat je daar niet tegen kunt, ga je als kind je eigen waarneming niet serieus nemen.

“Op mijn achttiende werd ik bij mijn ouders geroepen en vertelden ze me dat ze gingen scheiden. Mijn moeder huilde. Als ik mijn moeder zie huilen, heb ik zelf ook de neiging om te huilen. Ik heb dan met haar te doen.”

“Ten aanzien van mijn  moeder ben ik bang dat ze weer gaat huilen. Dan gaat ze moeilijk kijken, dan heeft ze een bepaalde houding. Ze begint dan over vroeger: ‘Ik heb ook geen jeugd gehad’.” Ze mag jullie niet belasten met haar jeugd. “Ze zegt dan: ‘Ik heb jullie het beste gegeven dat mogelijk is’. Dan gaat ze zitten huilen en heel zielig doen: ‘Ik heb toch dit gedaan, ik heb toch dat gedaan…. zus en zo’. Het raakt mij als ze zo doet.”

“Mijn moeder had er moeite mee dat ik ouder werd. Ze wist dat ze me kwijt zou raken. Ik ging pas op mijn 26ste het huis uit. Ik ging nog heel vaak naar haar toe, soms twee keer per dag. Om te controleren.” Niet alleen om te controleren; je voelde je mede verantwoordelijk voor haar welzijn. “Ik vond haar zielig. Het maakte me ook neerslachtig.”

“Mijn vader vroeg aan mij om bij mijn moeder te informeren of ze al bij de dokter was geweest.” Je werd ingezet voor iets wat tussen jouw ouders speelde. “Ik wilde ook wel dat ze naar de dokter ging, maar ik vond ook dat ze het recht had om dit zelf te bepalen en ik wilde tegelijkertijd mijn vader niet teleurstellen.” Jouw vader plaatste jou in een loyaliteitsprobleem.

“Mijn jongere broer werd door mijn moeder gestuurd om te voorkomen dat ik tijdens vakantie een Spanjaard zou versieren.” Ze hadden niet jouw broer hiervoor mogen inzetten maar ze hadden zelf iets moeten ondernemen om te voorkomen dat jij op een te jonge leeftijd zou gaan liggen rollebollen.

“Ik had medelijden met mijn moeder omdat ze niet tegen mijn vader op kon. Ik kreeg een schuldgevoel doordat mijn gedrag er als het ware voor mijn gevoel nog bovenop kwam.”

“Ik vind het zo zielig dat zij zo is, zo verzuurd. Ik heb met haar te doen, omdat ze zichzelf verdriet aandoet. Ik zit liever vier uur met mijn vader koffie te drinken dan een half uur met mijn moeder. Ik ga niet meer naar haar toe.”

“Ik was het lievelingetje van mijn moeder. Ik merkte dat mijn vader jaloers werd.” Hierin ben je ongewild inzet geweest in het huwelijk van je ouders. “Mijn vader werd afwijzender en sprak nooit zijn trots uit over mij, terwijl hij dat wel naar mijn broers deed.”

“Ik heb een te lieve moeder gehad die alles voor mij deed. Ik kan nog steeds niet omgaan met onverwachte dingen. Keuzes maken vind ik zooooo moeilijk.”

“Mijn ouders maakten jarenlang ruzie en hebben een levenslange strijd. Ze hadden erg veel ruzie. Mijn moeder liep dan te jammeren en te snauwen en liep boos weg. Mijn vader zei dan: ‘Als ze zich maar niet aan doet’.” Jouw vader mag zijn angst niet met zijn kinderen delen.

Jouw moeders opmerking ‘Als ze me ooit in een bejaardentehuis stoppen, ben ik zo dood’ is emotionele chantage. Dat je haar tweemaal daags belt omdat ze, als je dat niet zou doen, ‘dood in huis kan liggen’, is dat ook.

“Toen ik zeven was moest ik op mijn drie jaar jongere broertje passen.”

“Ik was erbij toen mijn vader overleed. Ik was tien jaar. De dag erna moest ik mijn moeder helpen bij het schoonmaken van de matras waarop hij was overleden.”

“Mijn vader dronk heel veel, kon heel boos zijn en sloeg me dan. Tot mijn tiende jaar moest ik van mijn moeder mijn vader uit de kroeg halen. Ik schaamde me zo voor mijn vader dat ik aan de andere kant van de straat ging lopen.”

De steun die je van je vader kreeg, wisselde naar gelang zijn eigen belang. Als je iets vroeg, steunde hij jou, tegen zijn vrouw in. Als jij echter ergens naar toe wilde, koos hij partij voor je moeder. Het lijkt wel of hij zijn steun als wisselgeld inzette. Maar of je nou wel of geen steun kreeg van je vader: je verloor altijd, want als je wel steun van hem kreeg, verloor jouw moeder, wat jou pijn deed. Als je daarentegen geen steun kreeg en je vader voor jouw moeder koos, kreeg je niet wat je wilde. Je bent jouw leven lang inzet geweest in de machtsconflicten tussen je ouders.

Je hebt geleerd jouw gevoelens ondergeschikt te maken aan de gevoelens van jouw ouders, door hen te troosten en te helpen. Deze ondergeschiktheid toon je tot op de dag van vandaag.

Als je vader het moeilijk had, ging hij niet naar jouw moeder maar kwam hij bij jou. Hierdoor kreeg je als kind dingen op je bordje die je niet aankon én, wat minstens zo erg is: jij kon voor de dingen waar jij mee zag niet naar je vader en evenmin naar je moeder.

Jouw moeder zat in de slachtofferrol en je voelt medelijden met haar. “Ik heb het gevoel dat het allemaal mijn schuld is.”

Ondanks dat je de partner van je moeder helemaal niet mag, voel je je schuldig, omdat je nog steeds vindt dat je hem niet slecht mag vinden. Je mag van jezelf niemand negatief vinden. Dit komt door het emotioneel misbruik door je vader doordat hij bij jou steun zocht. Toen je klein was mocht en kon je natuurlijk van jezelf dat gedrag van je vader niet onbetamelijk vinden. Aan de ene kant voelde je je er wel ongemakkelijk bij als hij steun bij jou zocht; aan de andere kant werd jouw ego gestreeld, temeer omdat je zo meer aandacht kreeg dan je zus.

“Als ik mijn vader steun gaf, zat mijn moeder jankerig in een hoekje.” Door dit emotioneel misbruik is het misbruik van jouw functie binnen jouw werk voor jou niet te herkennen en onmogelijk voor jou te pareren. Het komt je namelijk bekend voor en bovendien is het, hoe pijnlijk het ook is, compensatie voor onvervulde emotionele behoeften van vroeger. Dat is ook een reden dat het voor jou zo moeilijk is om er van los te komen.

Jullie ouders hebben jou en je broer gebruikt in een stille strijd tegen elkaar doordat jullie tegen elkaar werden uitgespeeld.

Door je vader werd je tegen je moeder uitgespeeld doordat jouw vader met jou dingen over je moeder besprak. In feite zette hij jou op tegen je moeder.

“Mijn vader vertelde negatieve dingen over mijn moeder.”

“Mijn vader vertelde me dat ik het kind van de rekening was en dat dit door mijn moeder kwam.”

“Mijn vader zei: ‘Jij maakt mij tenminste gelukkig’.” Dit is voor een kind een heel fijne opmerking: jij maakt mij gelukkig en je doet dat beter dan anderen (‘tenminste’). Anderen maken jouw vader dus niet gelukkig; anderen maken jouw vader ongelukkig. Jouw moeder en jouw broer dus ook. Jij echter niet. Je wordt afgezet tegen je moeder en je broer en op die manier worden jullie tegen elkaar uitgespeeld. Jij werd ingezet in een machtsstrijd tussen jouw vader en jouw moeder en tussen jouw vader en jouw broer.

“Ik was altijd bezig mijn vader gelukkig te maken en hem gelukkig te laten blijven.” Je hebt geleerd je eigen gevoelens ondergeschikt te maken aan de gevoelens van je vader en van je moeder. Je ging je moeder troosten en helpen. Deze ondergeschiktheid toon je tot op de dag van vandaag zowel naar je ouders als naar je partners toe.

“Omdat ik de oudste was, heb ik een lans gebroken voor mijn andere broers en zussen, bijvoorbeeld met het laat thuiskomen. Ook werd er een beroep op mij gedaan als ‘de oudste en de wijste’.” Dit slaat nergens op, want jij bent gewoon een kind en er niet voor verantwoordelijk dat er nog andere kinderen na jouw komen. Laat staan dat jij een voorbeeldfunctie naar hen zou hebben. Dat heb niet jij, maar dat hebben jouw ouders.

“Mijn moeder klaagt tegen mij heel veel over vader. Over bijvoorbeeld dat hij rare dingen doet en dat hij dingen kapot maakt.” Als je er vanaf wilt, doe je er goed aan een volgende keer aan te geven dat je dit niet meer wilt horen, omdat je er niets mee kunt, omdat het jou niet aangaat en omdat ze het tegen jouw vader zelf moet vertellen.

Als jouw moeder over de telefoon over haar ruzies met jouw vader vertelt, doet ze dat om bij jou bevestiging en instemming te krijgen voor haar gedrag. “Ik realiseer me nu zelf ook dat ik met mijn kinderen over mijn ouder praat.”

Je noemt jezelf de man, de vader in huis: “De verantwoordelijkheid die men mij als kind gaf.” Een kind hoort geen volwassen verantwoordelijkheden te hebben.

Jouw moeder heeft jou nodig en gebruikt jou nog steeds voor haar emotionele welbevinden. Je bent daardoor heel afhankelijk geworden van je moeder. “Ik heb me door mijn moeder verraden gevoeld.” Dit verraad en jouw pijn komen door de rolverwarring die er is tussen jou en je moeder. Jullie zijn zo close met elkaar dat jullie als vriendinnen met elkaar omgaan. Tegelijkertijd heeft jouw moeder jou ongevraagd advies gegeven waar je niets mee kunt en dat in feite helemaal over haarzelf blijkt te gaan. Jouw gevoel van verraad is terecht; tegelijkertijd hou je zelf de ongezonde moeder-dochter-relatie in stand. Ik raad je af om persoonlijke dingen met je moeder te bespreken; doe dat met je vriendinnen. En dit ga je niet tegen je moeder vertellen; je gaat het gewoon niet meer doen.

“Ik heb het idee dat ik mijn moeder alles kan vertellen.” Dan heb je een vriendinnenrelatie met haar in plaats van een moeder-dochter-relatie.

Jouw emotionele afhankelijkheid van je moeder was en is zo groot dat je niet veel zelfstandige vriendschappen met vriendinnen hebt ontwikkeld. Je ontziet je moeder nog steeds en vertelt haar niets over vriendinnen, vanwege haar reactie, omdat je met haar te doen hebt. Je doet jezelf tekort.

“Mijn moeder heeft geen vriendinnen. Dit komt door haar afstandelijkheid.” Zolang jij je als haar vriendin opstelt, hoeft ze die ook niet te zoeken. Je bent onderdeel van haar probleem geworden.

Kortom: emotioneel misbruik kent oneindig veel uitingsvormen. De emotionele voeding gaat niet van de ouder naar het kind, zoals het hoort, maar van het kind naar de ouder. Of het kind wordt inzet in volwassen situaties.Dit heeft vergaande consequenties voor de emotionele ontwikkeling van het kind en bij het aangaan van relaties.

Ik heb een Videojaarprogramma ontwikkeld met de TOP 15 aspecten waar mensen, die willen loslaten, last van hebben: Piekeren, Angst en paniek, Depressieve gevoelens/dips/down/neerslachtigheid/gedeprimeerdheid, Eenzaamheid/leegte/gemis, Slecht slapen, Stress/spanning, Burn-out/overspannenheid/overwerkt, Vermoeidheid/ futloosheid/energiegebrek, Gebrek aan zelfvertrouwen/negatief zelfbeeld/minderwaardigheidsgevoel, Besluiteloosheid/niet kunnen kiezen/twijfel/spijt/dilemma/geen actie ondernemen, Geen grenzen aan kunnen geven/geen Nee kunnen zeggen/pleasegedrag, Schaamte en schuldgevoel, Boosheid/agressie/frustratie/ergernissen, Emotionele pijn, Niet kunnen genieten/niet de zin van het leven weten/niet gelukkig zijn/niet weten wie je bent.

Over elk van de symptomen leer je wat het is, hoe het ontstaat en hoe jij het kwijt kunt raken.

‘Je video heeft me meer gedaan dan de psychiater, psychotherapeut en psycholoog in het verleden.’
‘Je geeft concrete en praktische tips om er vanaf te komen’

De eerste video, over Piekeren, kun je hier gratis en vrijblijvend bekijken, om te kijken of het Videojaarprogramma iets voor je is. Meer informatie over het Videojaarprogramma of het Videojaarprogramma direct bestellen kan hier.

Mijn boek Stop liefdesverdriet gaat over jouw eigen aandeel in jouw relatie en wat je daarin zelf ten goede kunt veranderen (290 pagina’s, 24,95 euro). Ook kun je lezen hoe we tot onze partnerkeuze komen en wat de invloed daarvan is op je leven. Je kunt een Gratis Probeerversie (38 pagina’s) downloaden, met de Cover, Inleiding, Inhoudsopgave, Tekst en de Achterzijde kaft.

‘Je geeft veel concrete tips en dat vind ik zeer waardevol!’

Hier vind je de Gratis Probeerversie en hier kun je het boek ook  aanschaffen.
Makkelijk bestellen (geen verzendkosten) kan hier. 

Hartelijke groeten,

Ammy van Bedaf MSc

Universitair geschoolde psycholoog

Cognitieve gedragstherapie

info@loslaten.nu          06-53 65 13 59          www.loslaten.nu

Lidmaatschapsnummer Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP) 213178